PREVENT poli: nazorg pre-eclampsie
Als we vrouwen die een zwangerschapsvergiftiging door maken als groep beschouwen, dan blijkt deze groep al in de eerste twintig jaar na de zwangerschap een verhoogd risico te lopen op het vroegtijdig ontwikkelen van hart- en vaatziekten, waaronder hoge bloeddruk, beroerte, ischemische hartziekte, aderverkalking en hartfalen.
Uit ons onderzoek lijkt hoge bloeddruk het belangrijkste verschil te maken tussen wel of geen hart- en vaatziekten op termijn. Daarom hebben wij een zeer betrouwbare voorspel formule voor hoge bloeddruk ontwikkeld, waarmee we bij vrouwen zonder hoge bloeddruk na de zwangerschap goed de kans kunnen berekenen dat er binnen 10 jaar wel hoge bloeddruk gaat ontwikkelen. Juist omdat je hoge bloeddruk niet altijd goed voelt, helpt deze persoonlijke inschatting tot het afstemmen van de juiste zorgfrequentie. Een kwart van alle vrouwen blijkt uit ons onderzoek bij hartechoscopie tekenen te vertonen van hartfalen. Vaak gaat dit ongemerkt, ondanks dat 85% van alle voormalig patiënten wel klachten te ervaren passend bij hartfalen. Maar de klachten blijken niet in staat tot juiste duiding wie wel en wie niet echoscopisch een afwijkende vorm of functie heeft. Daarom is de hartecho een standaard onderdeel van de zorg op onze PREVENT poli. Maar ook vroege aderverkalking blijkt uit ons onderzoek twee keer vaker voor te komen. Daarom is een echo van de halsslagaderen eveneens een onderdeel van de PREVENT zorg. Tenslotte willen we goed zicht krijgen op het psychomentaal en cognitief welzijn, ook vele jaren na de pre-eclampsie. Door middel van gestructureerde vragenlijsten brengen we dat bij iedere PREVENT controle in kaart. De PREVENT controles starten vanaf een leeftijd 35 jaar, omdat bij die leeftijd meer dan 10% van de voormalig patiënten de drempel van hart- en vaat gerelateerde aandoeningen te hebben waarboven de nationale en internationale richtlijnen van mening zijn dat gestructureerde follow up en zo nodig behandeling op haar plaats zou zijn. Deze zorg leveren we niet alleen; samen met onze collega’s van de cardiologie, vasculaire interne geneeskunde en psychologie bespreken we de vrouwen in een multidisciplinair overleg.
Bronvermelding:
- Hooijschuur, Janssen, Mulder, Kroon, Meijer, Brugts,… Spaanderman & Ghossein-Doha. (2023). Prediction model for hypertension in first decade after pre-eclampsia in initially normotensive women. Ultrasound in Obstetrics & Gynecology.
- Janssen, Ghossein-Doha, Hooijschuur, Mulder, Schiffer, Alers,… & Spaanderman. (2025). Hypertension and cardiometabolic disorders appear 5-10 years earlier in women with pre-eclampsie. European Journal of Preventive Cardiology.
- Jansen, De Rooy, Janssen, Altintas, van ’t Hof, Mihl,… Spaanderman & Ghossein. (2026). Atherosclerosis after pre-eclampsia: systematic review and meta-analysis. Ultrasound in Obstetrics and Gynecology.
- Alers, Ghossein-Doha, Canjels, Muijtjens, Brandt, Kooi,… & Spaanderman. (2023). Attenuated cognitive functioning decades after preeclampsia. American Journal of Obstetrics and Gynecology.
Het belang van de bloedsomloop
Centraal in onze zorg, onderwijs en onderzoek staat de bloedsomloop. Op een gestructureerde wijze houden we, voor de zwangerschap, de bepalende factoren voor een gezonde bloedsomloop tegen het licht. Het betreft het hart, de vaten, de zuurstoftransport capaciteit (plasma volume), de nieren, de bloeddruk, risicofactoren bijdragend aan versterkte stolling waardoor de bloedsomloop wordt gehinderd, autoimmuun factoren die kunnen bijdragen aan vaatontsteking en daarmee stollingsactivatie, en klassieke hart-en vaat-risicofactoren zoals te hoog cholesterol, suikerstofwisselingsproblemen of schildklier problemen. In deze lijst mist de long, omdat daar zelden zulke grote problemen spelen dat het nadelig is voor de zwangerschap, maar indien dat het geval is, dan wordt daar ook naar gekeken. Al deze biovariabelen dragen met verschillend gewicht bij aan de kans op preeclampsie, vroegeboorte en laag voor de zwangerschapsduur geboorte gewicht. Dit wordt na het onderzoek op persoonlijke basis berekend. Ook wordt aan de hand van die bevindingen een passend preventie plan opgesteld. Preventie begint soms al voor de zwangerschap, maar vrijwel altijd tijdens de zwangerschap. Tijdens de zwangerschap maakt een gezonde bloedsomloop heel veel veranderingen door. Indien deze veranderingen niet of te weinig plaats vinden, dan verhoogt dat het risico op problemen verderop. Aan de hand van uitgebreid onderzoek hebben we deze gezonde aanpassingen weten te vangen in norm-waarden. Daarna hebben we getoetst of we afwijkende aanpassing afhankelijk van wat er mis ging, konden verbeteren met bijpassende zwangerschapsveilige medicijnen waarvan we het effect op de bloedsomloop van kenden. Bij de meeste vrouwen was bijsturen goed mogelijk. En gelukkig zagen we daarbij ook het gewenste effect op de uitkomst. Met deze strategie konden we de kans op zwangerschapsvergiftiging halveren en waarschijnlijk de kans te geringe groei van het ongeboren kind een kwart verminderen. HELLP syndroom, wat gelukkig maar bij 6% van alle zwangerschappen opnieuw op trad, zagen we met dit beleid in minder dan 1% terug. Omdat de moederkoek in de eerste helft van de zwangerschap wordt aangelegd, ligt de grootste aandacht in onze zorg dan ook in deze fase. Bij 12, 16, 20 en tenslotte 30 weken wordt diep gekeken hoe de bloedsomloop functioneert. Bij drie op de vier vrouwen doen we leveren we deze zorg samen met de gynaecoloog elders in het land. Wij zijn dan nadrukkelijk in een adviserende rol. Omdat bij een op de twintig vrouwen die ogenschijnlijk gezond ging, in deze laatste fase na de 30 weken toch nog problemen ontstaan, zullen we in de komende jaren binnen een onderzoek protocol bekijken of een 36 weken evaluatie van toegevoegde waarde zou kunnen zijn.
Bronvermelding:
- Mulder, Ghossein-Doha, Cauffman, Lopes van Balen, Schiffer, Alers,… & Spaanderman. (2021). Preventing recurrent preeclampsia by tailored treatment of nonphysiologic hemodynamics adjustments to pregnancy. Hypertension.
Het metabool syndroom: een belangrijke risicofactor
Een zeer belangrijke risico factor tijdens de zwangerschap is het metabool syndroom. Voor de zwangerschap zijn de factoren van het metabool syndroom zwaarwegend voor latere ontwikkeling van zwangerschapsvergiftiging. Het metabool syndroom kenmerkt zich door ongevoeligheid voor insuline, het hormoon dat er voor zorgt dat glucose de cel in kan worden getransporteerd. Hierdoor kan de glucose waarde in het bloed zowel nuchter als na suiker belasting te hoog worden. Omdat de moederkoek, onafhankelijk van insuline, glucose snel naar het kind transporteert, leidt verhoogd bloed glucose bij de moeder tot te snelle groei van het ongeboren kind. Maar bij metabool syndroom zien we ook andere zaken. Overgewicht, in het bijzonder obesitas, te hoge vetconcentratie in het bloed, hoge bloeddruk of meer albumine, een eiwit, in de urine, dragen allen bij tot de uiteindelijke diagnose metabool syndroom. Buiten de zwangerschap om wordt overgewicht en obesitas gezien als de belangrijkste risicofactor hiervoor. Tegelijkertijd zijn overgewicht en obesitas de belangrijkste indicaties voor het verrichten van een orale glucose tolerantie test tijdens de zwangerschap. Op het TVDC bekijken we de suikerstofwisseling altijd in relatie tot het metabool syndroom, juist ook omdat zwangerschapsvergiftiging vaak leidt tot kleine kinderen en zwangerschapssuikerziekte tot grote kinderen. Een normaal groeiend ongeboren kind kan dus zo maar meer bedreigd zijn dan dat de groei suggereerde. Dankzij deze aanpak blijken we nu ook zeer goed in staat tijdens de zwangerschap heel goed zwangerschapsvergiftiging ook te voorspellen. Een afwijkende orale glucose tolerantie test noemen we diabetes gravidarum, zwangerschapssuikerziekte. Zelfs als onder koolhydraatbeperkte voeding goede dagcurves worden bereikt, maken na de geboorte de pasgeborenen in meer dan de helft van de gevallen een periode van te lage bloedsuikerwaarde door. Omdat de hersenen voor een goede functie belangrijk afhankelijk zijn van glucose, is dit in het MUMC+ altijd een punt van aandacht in de eerste 24 uur na geboorte. Iedere maand bespreken we in een multi-disciplinair overleg samen met internisten en kinderartsen onze diabetische zwangeren, hun bevalling en het beloop van de eerste 24 uur van de pasgeborenen.
Kwetsbare psychomentale status en een ernstig verlies aan denkkracht
Na zwangerschapsvergiftiging bestaat er bij veel vrouwen een onzichtbaar leed wat een ernstig negatieve impact heeft op de kwaliteit van leven. Enerzijds betreft dat een zeer kwetsbare psychomentale status, anderzijds een ernstig verlies aan denkkracht. Hoewel beiden samen gezien worden, komen ze minstens net zo vaak los van elkaar voor. Slechts een kwart ervaart in het eerste jaar na de zwangerschap geen problemen. De genoemde problematiek leidt tot sociaal isolement, onvermogen tot professionele werk en niet zelden tot verzuim en conflict. Tragisch, want eigenlijk willen alle aangedane vrouwen weer presteren als voor de zwangerschap. Ons onderzoek toont dat vrijwel alle vrouwen na zwangerschapsvergiftiging vele jaren na de zwangerschap tekenen laten zien van verhoogde doorlaatbaarheid van de kleine hersenvaatjes. Daarnaast zien we een veranderd functioneren van het limbisch systeem, het netwerk dat gevoel, filtering en opslag van informatie en het werkgeheugen aan elkaar koppelt. Op klacht niveau, vastgesteld door gevalideerde vragenlijsten, zien we daarbij het passende verlies; vrijwel alle psychisch welbevinden domeinen zijn verminderd, en verminderd functioneren op alle executieve functies. Deze bevindingen ondersteunen een situatie van niet zichtbaar hersenletsel. Ofschoon niemand voor de zwangerschap onderzocht was, en daarmee je nooit met zekerheid kan zeggen of deze verschillen tevoren er ook niet waren, suggereren de afwezigheid van klachten voor de zwangerschap en het bestaan van klachten na de zwangerschap, dat dit het gevolg moet zijn van de probleemvolle zwangerschap. Op de lange termijn, zo’n 20 jaar, zien we langzaam de klachten verdwijnen, vaak door grote aanpassingen in de wijze van leven en werken. Dit onzichtbare leed bij jonge vrouwen motiveert ons extra er alles eraan te willen doen zwangerschapsvergiftiging te voorkomen. En als deze klachten bestaan dan zoeken we, samen met onze collega’s van de neuropsychologie, naar wegen mogelijk leidend naar verbetering.
Bronvermelding:
- Alers, Ghossein-Doha, Canjels, Muijtjens, Brandt, Kooi,… & Spaanderman. (2023). Attenuated cognitive functioning decades after preeclampsia. American Journal of Obstetrics and Gynecology.
Waardevolle zorg
Waardevolle zorg is voor ons een belangrijk thema. Deze waarde bezien we vanuit de vrouw. Daarom proberen we bij de evaluatie de zorgpaden zo efficiënt mogelijk en modulair in te richten, met zo min mogelijk verlies aan tijd voor de patiënt. Natuurlijk zijn we in die flow afhankelijk van al onze samenwerkend functie afdelingen. Maar we pogen een voorspelbaar zorgpad uit te rollen. Deze protocollaire aanpak maakt ook mogelijk dat beginnende zorgverleners in ons team mee kunnen draaien in de zorg. Tegelijkertijd helpt de systematische aanpak ons in het goed bijhouden hoe vaak welke aandoening voorkomt, wat het betekent voor de directe adviezen, zwangerschap en gezondheid op lange termijn en hoe we onze zorg verder kunnen optimaliseren.