Voeden op verzoek

De baby wordt gevoed op verzoek, zodat een natuurlijk mechanisme van vraag en aanbod wordt ontwikkeld.

Het voeden op verzoek heeft tot doel de baby te leren ervaren dat er hongergevoelens zijn en dat deze door voeding worden gestild. De moeder leert de hongersignalen van haar kind herkennen en deze te bevredigen. Op deze wijze ontwikkelt zich het natuurlijke mechanisme van vraag en voldoende aanbod.

De hoeveelheid borstvoeding is afhankelijk van de vraag ernaar. In principe geeft de moeder beide borsten per voeding, tenzij de baby na een borst al voldaan is Het is aan te raden om een borst per voeding goed te laten leegdrinken en dan pas de andere borst te geven. Bij de volgende voeding wordt dan weer met de laatste borst gestart. 

Voorlichting of advies

Aan de moeder wordt uitgelegd dat de baby minstens acht voedingen per dag nodig heeft met geen maximum. In de kraamweek is het aantal voedingen soms wel tot 12 keer per dag.

  • Leg de ouders het principe en het belang van voeden op verzoek uit. Doe dit zowel tijdens de zwangerschap als na de bevalling.
  • Breng de voedingssignalen van een baby onder de aandacht van ouders. Zij leren deze daardoor herkennen en kunnen tijdig reageren. Dit tijdig reageren is ook ’s nachts belangrijk. Huilen is een laat voedingssignaal.
  • Leg de moeder uit dat het aantal voedingen dat een baby per etmaal krijgt wordt bepaald door de behoefte van de baby. De eerste periode kan zij uitgaan van minimaal acht voedingen per etmaal.
  • Schenk extra aandacht aan regelmatig aanleggen als de baby geen duidelijke voedingssignalen geeft.
  • Leg uit dat ook de duur van de voeding in hoge mate wordt bepaald door de baby. Loslaten, in slaap vallen of oppervlakkig zuigen kunnen signalen zijn dat de baby voldoende heeft gedronken.
  • Leg uit dat de moeder uiteraard ook gevolg kan geven aan haar eigen behoefte om af en toe eerder te voeden dan de baby aangeeft.
Voedingssignalen

Als de baby aan een voeding toe is, kan de moeder dat, met name de eerste paar maanden, al zien aan zijn gedrag voordat hij wakker is:

  • hij slaapt minder diep;
  • hij vertoont zoekgedrag;
  • hij zuigt op zijn handjes.

Als hij dan nog niet wordt opgepakt:

  • wordt hij wakker;
  • begint hij onrustig te worden;
  • begint hij geluid te maken;
  • gaat hij met zijn mondje bewegen.

Tenslotte geeft hij door hard huilen aan dat hij dringend een voeding nodig heeft en eigenlijk al had moeten krijgen. Pasgeborenen kunnen zelfs na een paar minuten huilen zo overstuur raken dat ze veel moeite hebben om goed te drinken.

Een minimum aantal voedingen (acht) is belangrijker dan een maximum.
Na vier tot acht weken vinden veel baby’s hun eigen ritme, dat nog vaak kan veranderen. Goede interpretatie: Heeft de baby zuigbehoefte of heeft hij honger.
Observatie is hierbij een hulpmiddel:

  • Is de baby tevreden? Ziet hij er ontspannen uit?
  • Zijn er voldoende plasluiers? Zie tabel 2 
  • Hoe is de ontlasting? Meestal zacht, soms waterig met vlokjes. De kleur kan variëren van mosterdbruin tot geel en lichtgroen. Dunne en frequente ontlasting is bij borstvoeding geen diarree (zie richtlijn 24)
  • Is hij alert?
  • Meldt hij zichzelf? Let op de lichaamstemperatuur (in verband met eventuele dorstkoorts)

Let op: stille ondervoeding, zie richtlijn 39.

Tabel 2

Poep- en plasluiers bij borstvoeding
Eerste 6 wekenPlasluiersPoepluiers
dag 11-21
dag 22-32
dag 33-4tenminste 3
dag 45-6tenminste 3

 

Het aantal poepluiers kan verminderen na een aantal weken. Groei in gewicht blijft daarbij belangrijk.

Sluit de enquête