Borstvoeding bij een premature, dysmature, macrosome en zieke zuigeling

Borstvoeding is ook voor prematuren, dysmaturen, macrosomen en zieke zuigelingen de beste voeding. Na een zwangerschap van ongeveer 34 weken kan een baby in principe qua ontwikkeling zuigen, slikken en ademhalen (mits de algehele conditie van het kind dit ook toelaat).

Het is heel goed mogelijk deze zuigelingen, die meestal op de couveuseafdeling worden verpleegd, borstvoeding te geven. Deze kinderen worden voor en na de voeding gewogen. Als het kind voldoende drinkt aan de borst wordt het niet meer gewogen en wordt er op verzoek gevoed. Al voor ontslag uit het ziekenhuis stopt deze weegprocedure. Vaak komen deze kinderen na een week wegen op de couveuseafdeling of wordt geadviseerd om na een week te gaan wegen op het consultatiebureau.

Voorlichting of advies 
  • Na de bevalling starten met kolven tussen 1 en 6 uur pp), bij voorkeur al op de neonatologie. Dit stimuleert de borstvoeding beter dan wanneer er in afwezigheid van het kind wordt gekolfd
  • De eerste 24 uur is met de hand kolven ook een goede optie
  • Huid op huid contact en kangoeroeën, stimuleert ook de melkproductie.
  • Het moment van aanleggen hangt af van de algemene stabiliteit van de baby en de ontwikkeling van de zuigslikreflex.

Prematuren

Dit zijn kinderen geboren < 37 weken.

Borstvoeding is in principe aangepast aan de behoefte van het kind op dat moment. Voor prematuren is de moedermelk gedurende vier weken aangepast. Gedurende deze weken, maar ook daarna, kan het nodig zijn dat de moedermelk met een fortifier wordt aangevuld (zie richtlijn 36). Prematuren die worden gevoed met moedermelk ontwikkelen zich beter.
Vaak is het noodzakelijk bijvoeding te geven omdat moeder en kind niet altijd in staat zijn borstvoeding te geven/ te krijgen. De voeding kan gegeven worden via aanleggen bij moeder, vingervoeden, borstvoedingshulpset, cupfeeding, sondevoeding en flesje. Vaak hebben deze kinderen ook parenterale voeding. Als de algemene toestand van het kind het toelaat mag er gekangoeroed worden. Het mag dan ook aan de borst voor non-nutritieve sucking (zuigen zonder productie ter stimulatie van de voeding). 

Stappenplan voor het aanleren van borstvoeding bij prematuren:

  • Stap 1. Het kangoeroeën van de prematuur tegen de blote borst
  • Stap 2. Tijdens de voedingen mond en neus tegen de tepel houden
  • Stap 3. Wanneer moeder kolft een druppel voeding op haar tepel uitwrijven
  • Stap 4. De baby ruikt de voeding en gaat zuigbeweginkjes maken
  • Stap 5. Het snuffelen; de baby gaat op zoek naar de tepel
  • Stap 6. De baby is wakker en alert en wil gaan zuigen
  • Stap 7. De baby pakt de tepel en zuigt en slikt
  • Stap 8. De baby drinkt uit de borst. De baby wordt voor en na de voeding gewogen. De hoeveelheid die de baby heeft gedronken aan de borst wordt in mindering gebracht met de hoeveelheid SV
  • Stap 9. Borstvoeding op vraag
  • Stap 10. Het streven is dat moeder en baby dag en nacht samen zijn en dat de moeder haar baby regelmatig voedt.

Dysmaturen

Dit zijn zuigelingen met een (veel) lager geboortegewicht dan op grond van de zwangerschapsduur verwacht mag worden. Dysmaturen worden vaak ook bijgevoed. Redenen zijn: weinig reserve (hypoglykemie), of de baby is niet in staat om aan de borst te drinken. De voeding kan gegeven worden door aanleggen bij de moeder, Vingervoeden, cupfeeding, BHS, sondevoeding en fles. Soms hebben deze kinderen ook parenterale voeding. Een dysmature baby wordt op voedingstijden aangelegd en bijgevoed. Observatie van het kind is belangrijk. Aandachtspunten hierbij zijn:

  • Temperatuur
  • Groei
  • Glucose controles.

Macrosomen

Dit zijn zuigelingen met een geboorte gewicht > P90. 
Er is kans op hypoglykemie bij deze kinderen. Door het kind direct aan de borst te leggen krijgt het colostrum binnen. Dit colostrum is rijk aan eiwitten en koolhydraten, hierdoor wordt een hypoglykemie voorkomen. Vaak aanleggen voorkomt te sterke schommelingen. Vaak moet bijgevoed worden op geleide van de glucose controles.

Als een kind op de couveuseafdeling wordt opgenomen, is het streven de baby zo snel mogelijk aan te leggen. In eerste instantie zal hij dan voor en na de voeding gewogen worden. Moeders starten ook met kolven; bijvoeden = starten met kolven. 

Zieke zuigeling

Om diverse redenen kunnen zuigelingen ziek zijn. Opname ter observatie is soms noodzakelijk. Borstvoeding hoeft hiervoor niet altijd onderbroken te worden. Als het kind niet aan de borst kan drinken, dan moedermelk geven via sondevoeding en/of met vingervoeden, cupfeeding, BHS en de fles. 

Sluit de enquête