Borstvoeding na een borstoperatie

Borstvergroting en borstverkleining worden in veel landen in toenemende mate toegepast. Vandaar dat de zorgverlener kan verwachten geconfronteerd te worden met de vraag of borstvoeding geven na een dergelijk ingreep mogelijk is. Over het algemeen geeft borstvergroting nauwelijks problemen, terwijl na een borstverkleining de kans op moeilijkheden bij de borstvoeding veel groter is. De techniek waarmee de operatie is uitgevoerd speelt in alle gevallen een belangrijke rol.         

Borstvergroting

Na een borstvergroting is borstvoeding vaak goed mogelijk, omdat het melkklierweefsel in principe niet beschadigd is door de operatie. Goede begeleiding voorkomt ernstige stuwing; dat is belangrijk omdat de borsten aanvankelijk wel extra gespannen zullen aanvoelen.

Borstverkleining

Bij een borstverkleining is de gekozen manier van verkleining van groot belang voor het latere succes van borstvoeding. Bij verplaatsing van de tepel worden veel essentiële verbindingen verbroken. In andere gevallen lukt de borstvoeding soms wel, al is het niet altijd mogelijk voldoende melk te produceren. Het gaat ook om de relatie met het kind. Soms is de borstvoedingshulpset (zie richtlijn 17) een goede oplossing om de baby aan de borst bijvoeding te geven.  

Andere ingrepen

Tijdens de borstvoedingsperiode is het soms nodig een knobbeltje of cyste operatief te verwijderen. Dat hoeft niets te maken te hebben met de melkproductie. In principe hoeft de borstvoeding daarvan geen hinder te ondervinden. Een en ander is natuurlijk wel afhankelijk van de plaats waar de incisie komt. De lacterende borst is minder gemakkelijk te onderzoeken; ervaren artsen zullen echter niet meer adviseren eerst de borstvoeding af te bouwen.

Sluit de enquête