Techniek van het aanleggen

Goed aanleggen bevordert de ontwikkeling van een goed zuigpatroon bij de baby. Het is van essentieel belang voor het welslagen van de borstvoeding.

De eerste dagen heeft bijna iedere moeder wel eens last van pijnlijke tepels. Deze pijn is het sterkst bij het aanzuigen van de tepel. Daarna neemt de pijn af. Dit is een normaal verschijnsel. Tepels moeten wennen aan de zuigkracht en dit verdwijnt na enkele dagen.

Wanneer de baby op de juiste manier wordt aangelegd ligt de tepel veilig tussen de tong en het gehemelte en lippen naar buiten gekruld. Pijn aan de tepel of beschadiging van de huid van de tepel ontstaan wanneer de baby niet goed wordt aangelegd. Bij pijn niet dapper doorvoeden, maar opnieuw aanleggen.

Een ander signaal voor het niet goed aangelegd zijn, is oppervlakkig zuigen, zonder diepe teugen waarbij je soms een klakkend smakgeluid hoort en de wangetjes naar binnen worden gezogen. De baby heeft dan de tepel niet ver genoeg in het mondje en krijgt hierdoor geen vacuüm.

Voorlichting of advies
  • Prettige houding voor moeder en kind (zie richtlijn 13)
  • De moeder wacht totdat het mondje van de baby wijd opengaat, alsof hij gaat geeuwen, ze kan dit bevorderen door de bovenlip te kietelen met de tepel of eventueel heel zachtjes tegen het kinnetje te drukken waardoor de tong naar beneden gaat 
  • Ze brengt de baby naar de borst, niet de borst naar de baby
  • De baby moet een voldoende groot deel van de tepelhof in de mond nemen (ongeveer 1 cm van de tepelhof). De tepel ligt hierbij gecentreerd over de onderkaak
  • De lippen zijn naar buiten gekruld en de tong komt onder de tepelhof.
  • Er is geen tijdslimiet om aan de borst te zuigen mits de baby effectief zuigt

Bij ingetrokken tepels bij voorkeur geen tepelhoedje gebruiken maar de tepelhof in een 'tuitje' knijpen om de tepel naar buiten te dwingen. Zie 'Voeden bij ingetrokken of platte tepels', richtlijn 14.

Sluit de enquête