Houdingen van moeder en baby tijdens het voeden

De moeder zoekt die houding, die door haar als prettig ervaren wordt en die een goed aanleggen en adequaat aanhappen niet belemmert.

Het wisselen van de houding zorgt ervoor dat verschillende melkgangen gestimuleerd en leeggedronken worden. Daardoor is het wisselen van houding nuttig ter voorkoming van stuwing of borstontsteking. Kennis over en ervaring met de verschillende houdingen is onontbeerlijk. Een aantal houdingen hebben een zekere voorkeur voor specifieke situaties. Zo kan men over het algemeen liggend, zittend of in bakerhouding (ook wel rugbyhouding genoemd) voeden. 

Bij pijn, bijvoorbeeld na een keizersnede, is steun en verlichting van de druk op de buik van belang; evt. een pijnstilling half uur voor het voeden geven. In dat geval kunnen de volgende houdingen toegepast worden. De omgeving moet rustig en ontspannend zijn.

  • Liggend voeden
    • De schouder van de moeder ligt op het matras en moeder draait helemaal op haar zij. Steun haar zo nodig met een (extra) kussen in de rug. Een kussen tussen de knieën kan ook heel prettig zijn
    • De baby ligt ook helemaal op de zij. Met behulp van een opgerolde handdoek blijft de baby goed op zijn zij liggen
    • Leg de baby op gelijke hoogte met de borsten (met behulp van kussen of opgevouwen handdoek)
    • De tepel en het neusje liggen in elkaars verlengde. De onderste arm ligt om de baby heen of onder haar hoofd of hoofdkussen. Met de andere arm brengt ze de baby naar zich toe als hij aanstalten maakt om te happen
    • De baby en moeder liggen in V-vorm.
  • Zittend voeden
    • De moeder zit goed rechtop met haar rug tegen een leuning 
    • De baby hoeft niet perse in het holletje van de elleboog hoeft te liggen, maar liever iets op de onderarm, zodat het mondje zich tegenover de tepel bevindt 
    • De baby ligt op zijn zij, het buikje van de baby ligt tegen de buik van de moeder
    • Het armpje van de baby wordt onder de arm van de moeder gelegd zodat de baby met het buikje naar de moeder gekeerd ligt 
    • Zorg dat de baby goed gesteund wordt en niet gaat 'hangen' aan de tepel
    • Het achterhoofd en de ruggenwervels van de baby liggen in een lijn. De baby ligt niet in elkaar gedoken
    • Tepel en mondje liggen in elkaars verlengde
    • Maak eventueel gebruik van een kussen onder de arm, waarmee de moeder haar baby vasthoudt (wel eerst aanleggen) of laat de moeder de knieën optrekken (alleen als dat een ontspannen houding is). Een voetenbankje kan ondersteunend zijn.

    De doorgeschoven Madonnahouding

    • De moeder zit rechtop, buik aan buik met haar baby. 
    • De baby ligt op zijn zij. De baby ligt op de rechterarm van de moeder. Ze steunt het hoofdje met haar rechterhand, terwijl met ze met haar linkerhand de linkerborst aanbiedt. Dit geldt vice versa voor de rechterborst. Deze houding is m.n. geschikt voor baby’s met een verminderde controle van het hoofdje.
  • zittend voeden rugbyhouding

    Deze is geschikt bij een buikwond bij de moeder, bij erg zware borsten, bij vlakke te-pels maar ook bij stuwing. Bij een baby die moeilijk drinkt (ziek, prematuur, syndroom van Down) heeft moeder in deze houding meer controle over de situatie.

    • De arm van de moeder rust op een kussen dat naast de moeder ligt 
    • De moeder ondersteunt de baby met haar onderarm, zijn hoofd rust in haar hand
    • De benen van de baby wijzen onder de arm van de moeder
    • De baby ligt met de benen omhoog tegen een leuning, zodat hij zich niet kan afzetten. Zie verder: Zittend voeden.
  • Deze houding is geschikt als moeder een heftige toeschietreflex heeft of bij een te grote melkproductie.

    • De moeder ligt ontspannen op haar rug. De benen eventueel iets opgetrokken
    • Er ligt een kussen naast de moeder waarop de baby ligt (op zijn buik) hetzij op de moeder
    • Het voorhoofd van de baby steunt op de hand van de moeder
    • Let op dat de baby met zijn kinnetje vlak tegen de borst aan ligt en dus met de onderkaak voldoende houvast heeft.
    • De moeder zit, goed gesteund, in een 'luie stoel' enigszins onderuit gezakt
    • De heupen en de knieën van de moeder zijn gebogen. 
    • De voeten rusten op een bankje
    • De moeder heeft een kussen op haar schoot, waarop de baby ligt 
    • De baby dient zo ongeveer op borsthoogte te komen, zodat hij niet tegen de buik van de moeder duwt.
    • Idem als halfzit maar dan met het kind verticaal tegen de borst

    NB. Bij de juiste voedingshouding hoeft de moeder haar borst niet met een vinger in te drukken om het neusje van de baby vrij te houden. Wanneer dit toch zo is, dan de baby wat hoger leggen of de beentjes en heupjes dichter tegen de moeder aanleggen, waardoor het neusje automatisch vrij is. Het indrukken van de borst kan teveel eenzijdige rek op de tepelhof geven, wat kan leiden tot tepeldefecten of belemmering van de melkstroom.

Sluit de enquête