Borstvoeding en reclame

In 1981 heeft de WHO de “internationale gedragscode voor het op de markt brengen van “vervangingsmiddelen voor moedermelk” aanvaard. Deze code heeft als doel:

  • Borstvoeding te beschermen en bevorderen
  • Ervoor te zorgen dat vervangingsmiddelen voor moedermelk, wanneer nodig, juist worden gebruikt
  • Te bevorderen dat ouders voldoende en juiste voorlichting krijgen
  • Richtlijnen op te stellen voor verkoop en reclame voor babyvoeding.

Deze code is een internationale richtlijn en krijgt pas kracht als zij is opgenomen in de nationale wetgeving van een land. In Nederland is maar een beperkte uitvoering van de code opgenomen in de Warenwetregeling Zuigelingenvoeding.
In de Warenwetregeling Zuigelingenvoeding is vastgelegd dat: 

  • Alle publieksreclame voor volledige zuigelingenvoeding verboden is. 
  • Informatie over kunstmatige zuigelingenvoeding in wetenschappelijke publicaties beperkt moet blijven tot wetenschappelijke en feitelijke informatie. Daarbij mag niet de indruk worden gewekt dat kunstmatige zuigelingenvoeding gelijkwaardig is aan of beter zou zijn dan moedermelk. 
  • Schenkingen van voorlichtingsmateriaal over kunstmatige zuigelingenvoeding en de daarvoor benodigde apparatuur alleen zijn toegestaan met de schriftelijke toestemming van de minister van VWS. Schenkingen mogen niet voorzien zijn van een handelsmerk en voorlichtingsmateriaal en apparatuur mogen alleen verspreid worden via de gezondheidszorg
  • Gratis of goedkoop leveren van kunstmatige zuigelingenvoeding aan instellingen is alleen toegestaan ten behoeve van kinderen die met deze zuigelingenvoeding moeten worden gevoed 
  • Het geven van relatiegeschenken (zoals kalenders, afspraakkaartjes, wiegenkaartjes, pennen, blocnotes en allerlei andere cadeaus) bestemd voor zorgverleners, ouders of kinderen door producenten van kunstmatige zuigelingenvoeding aan de gezondheidszorg een vorm van niet toegelaten reclame is, omdat het borstvoedingsondermijnend is 

Als de gezondheidszorg sponsoring door de zuigelingenvoedingsindustrie accepteert, men zich bewust moet zijn van het gevaar van een gekleurde boodschap. Sponsoring mag hoe dan ook niet leiden tot reclame of tot aanpassing van de inhoud van de voorlichting.

Voorlichting en begeleiding

Onderzoek laat zien dat begeleiding bij de voorbereiding op de borstvoedingsperiode door zorgverleners effect kan hebben op de start en duur van de borstvoeding. Een brede aanpak op beleidsniveau, met gecoördineerde pre- en postnatale begeleiding en ondersteuning vanuit borstvoedingorganisaties, blijkt het meest effectief te zijn. Het ‘Baby Friendly Hospital Initiative’ van de WHO heeft de meeste potentie.

Sluit de enquête