Medicatie

Uitleg over de diverse medicatie en hun mogelijke bijwerkingen, het eventuele gebruik van pijnstillers of andere medicatie.

Welke medicatie moet ik precies gaan gebruiken? En wat zijn de bijwerkingen?

  • U begint in sommige gevallen met het slikken van de anticonceptiepil gedurende een periode van gemiddeld 3-4 weken. U begint hiermee op de derde dag van de menstruatie. De anticonceptiepil zorgt ervoor dat er geen natuurlijke cyclus op gang komt. Het slikken van de anticonceptiepil is met name van belang voor het verdelen van alle patiënten over de zogenaamde planningsweken, waarover later meer. Soms kan het voorkomen dat u de anticonceptiepil iets langer moet slikken dan 3-4 weken om in een bepaalde planningsweek uit te komen.

    Bijwerkingen: Over het algemeen verdragen de meeste vrouwen de anticonceptiepil goed. Als er toch bijwerkingen zijn, zijn dit de meest voorkomende: onregelmatig vaginaal bloedverlies (m.n. tijdens eerste maanden van het gebruik), gevoelige of pijnlijke borsten, hoofdpijn (soms migraine), misselijkheid en braken, depressieve stemming, vocht vasthouden. Bijzondere aandacht gaat hier uit naar de meest gevaarlijke bijwerking van de pil, namelijk het ontstaan van trombose. Dit uit zich meestal in het ontstaan van een trombosebeen (symptomen: zwelling, pijn, roodheid en warm aanvoelen van het been) of een longembolie (symptomen: kortademigheid, pijn vastzittend aan de ademhaling, soms hoest met opgeven van beetjes bloed). Indien u de anticonceptiepil gebruikt en deze symptomen bij uzelf herkent dient u zo snel mogelijk contact op te nemen met de IVF-afdeling.

  • Dit zijn dagelijkse injecties om de activiteit van de hypofyse (gebied in de hersenen dat de eierstokken aanstuurt door de productie van geslachtshormonen) tijdelijk te onderdrukken. Dit is van belang om te voorkomen dat u in de loop van de stimulatie een spontane eisprong krijgt voordat de eicelpunctie heeft plaatsgevonden. Als dit zou gebeuren zouden de eicellen niet meer door middel van een eicelpunctie verkregen kunnen worden en zou de rest van de IVF-poging geen doorgang kunnen vinden. U begint met het spuiten van de Decapeptyl 4 dagen voordat u de laatste anticonceptiepil genomen hebt. Dit betekent dat u 4 dagen lang zowel de anticonceptiepil slikt als Decapeptyl injecties zet. Hierna stopt u met de anticonceptiepil en gaat u door met alleen Decapeptyl. De Decapeptyl injecties dienen genomen te worden tot vlak voor de eicelpunctie (dus ook naast de FSH-injecties!). U hoort van de IVF-arts wanneer u met Decapeptyl mag stoppen.

    Bijwerkingen: De meest voorkomende bijwerkingen zijn hoofdpijn (soms migraine), opvliegers en vermoeidheid. Soms komen slaapstoornissen, nervositeit, stemmingwisselingen, pijnlijke borsten, huiduitslag en vaginale droogheid voor.

  • In de FSH-injecties zit het hormoon waarmee de eierstokken daadwerkelijk gestimuleerd worden. Onder invloed van FSH worden de eierstokken aangezet tot het laten groeien van eiblaasjes. Voor sommige behandelingen willen we graag 1 of 2 eiblaasjes laten groeien, voor een IVF/ICSI behandeling meer. Hier passen we de dosering FSH op aan. De arts zal u vertellen wanneer u dit hormoon mag gebruiken en weer stoppen. 

    Bijwerkingen: FSH zelf geeft nauwelijks bijwerkingen. Soms komen lokale reacties (pijn, zwelling, blauwe plekken, soms roodheid) op de injectieplaats voor. De klachten die sommige vrouwen ervaren (opgezet gevoel, het “voelen” van de eierstokken) zijn het gevolg van het feit dat er in de eierstokken meerdere follikels tegelijk aan het groeien zijn waardoor de eierstokken (soms sterk) vergroot worden. Dit is echter een normaal verschijnsel.

  • Cetrotide remt de aanmaak van vrouwelijke geslachtshormonen, waaronder het hormoon LH. Dit is van belang om te voorkomen dat u in de loop van de stimulatie een spontane eisprong krijgt voordat de eicelpunctie heeft plaatsgevonden. Als dit zou gebeuren zouden de eicellen niet meer door middel van een eicelpunctie verkregen kunnen worden en zou de rest van de IVF-poging geen doorgang kunnen vinden. 

    Bijwerkingen: Vaak (1-10%): reacties op de injectieplaats, zoals roodheid, jeuk en zwelling. Soms (0,1-1%): misselijkheid, hoofdpijn.

  • Ovitrelle is een eenmalige injectie waarin het hormoon HCG zit. HCG zorgt ervoor dat de eicelen hun laatste rijpingsfase in gaan en dat er 36-38 uur na deze injectie een eisprong optreedt. 
    Soms wordt Ovitrelle gebruikt om een eisprong op te wekken, die we combineren met een intra uteriene inseminatie (IUI) van zaadcellen.
    In het geval van van een IVF/ICSI behandeling is dat anders. De eicelpunctie wordt precies 36 uur na de Ovitrelle injectie gepland, zodat de eisprong dan nog net niet heeft plaatsgevonden. Zo gauw de eicelpunctie gepland kan worden hoort u van de IVF-arts wanneer u de Ovitrelle-injectie moet toedienen. Het is van groot belang dat u de instructies die u krijgt van de IVF-arts met betrekking tot de dag en het tijdstip waarop u Ovitrelle moet spuiten heel precies opvolgt. Als dit niet gebeurt, zou het kunnen gebeuren dat u toch een eisprong krijgt voordat de punctie heeft plaatsgevonden.

    Bijwerkingen: Ook Ovitrelle kent weinig bijwerkingen. Lokale reacties (pijn, zwelling, roodheid) op de plaats van injectie komen soms voor.

  • Utrogestan bevat het hormoon progesteron. Progesteron is nodig om het baarmoederslijmvlies na de eicelpunctie te ondersteunen en geschikt te maken voor de innesteling van een embryo. Utrogestan heeft de vorm van capsules, die vaginaal moeten worden ingebracht. Op de bijsluiter van dit middel staat dat het ook oraal kan worden gebruikt, echter uit onderzoek is gebleken dat de opname van dit middel in het bloed beter is wanneer het vaginaal gebruikt wordt. U begint met het opsteken van de Utrogestan capsules op de avond van de dag waarop u de eicelpunctie hebt ondergaan (dus pas beginnen ná de punctie). U gebruikt Utrogestan tot aan de dag van de zwangerschapstest. Is de zwangerschapstest positief, dan mag u doorgaan met de Utrogestan capsules tot aan de zwangerschapsecho.

    Bijwerkingen: Mogelijk: misselijkheid en braken, gewichtsverandering, hoofdpijn, jeuk, huiduitslag, pijnlijke borsten, depressieve stemming. Slaperigheid en duizeligheid kunnen 1-4 uur na inname optreden.

  • In principe wordt de regel gehanteerd dat u andere medicijnen mag gebruiken tot aan de start van de FSH-injecties. Vanaf het starten van de FSH raden wij u af om andere medicijnen te gebruiken dan paracetamol. Paracetamol mag gedurende de hele IVF-behandeling gebruikt worden in een dosering van maximaal 4000 mg per dag (= 8 tabletten van 500 mg per dag, elke 6 uur 2 tabletten tegelijk innemen), ook na de terugplaatsing. Bent u van mening dat er medicijnen zijn waar u absoluut niet buiten kunt, overleg dan altijd met de IVF-arts of u deze in de stimulatiefase (en eventueel daarna) mag gebruiken.

Sluit de enquête