Bijvoeding bij borstvoeding

Voedingskundig gezien en uit oogpunt van lichamelijke en emotionele ontwikkeling, is het niet nodig een zuigeling, die borstvoeding krijgt, vóór de zesde maand bijvoeding te geven.

Onder bijvoeding wordt verstaan: alles wat naast borstvoeding wordt gegeven. Het vormt de geleidelijke overgang naar gewoon, gevarieerd voedsel. Door het geven van bijvoeding kan de borstvoeding teruglopen. Bijvoeding kan een bewuste keuze zijn, bijvoorbeeld wanneer deze bedoeld is om de borstvoeding te gaan afbouwen.

Omstreeks de leeftijd van zes maanden is een gezonde zuigeling toe aan andere voeding naast moedermelk. In verband met de ontwikkeling van de mondmotoriek is het nodig het kindje vanaf 6 maanden ook vast voedsel aan te bieden. Daarnaast is het raadzaam de borstvoeding te continueren. Begonnen kan worden met een paar hapjes gepureerde (héél klein gemaakte) groente of fruit. Of via de Rapley-methode of de Kleintjes-methode. Langzamerhand worden steeds meer melkvoedingen vervangen door vast voedsel. Tegen de tijd dat het kind ongeveer één jaar is, kan het gewoon ‘met de pot mee-eten’. Dan kan het kind dus hetzelfde eten als de rest van het gezin.

Voorlichting of advies

Begin met kleine hoeveelheden. Geef bij voorkeur zelf gekookt voedsel, dat kauwbaar is voor het kind en rijk aan ijzer en vitamine C.

Sluit de enquête