Te weinig borstvoeding

Het geven van borstvoeding zou, ook voor de zorgverlener, een normaal gegeven moeten zijn. Er wordt snel gezegd dat de melkproductie ontoereikend is of slecht van kwaliteit. Dit laatste is haast nooit van toepassing.

Mogelijke oorzaken van te weinig borstvoeding zijn:
  • De baby is niet goed aangelegd, waardoor hij niet effectief drinkt
  • Er is geen goede toeschietreflex, door moeheid, spanning of onzekerheid
  • De moeder voedt niet vaak genoeg
  • Door het groeien heeft de baby behoefte aan meer voeding, (regeldagen, zie richtlijn 29)
  • Er wordt bijvoeding gegeven
  • Er worden tepelhoedjes gebruikt
  • (Beginnende) borstontsteking gehad?
  • Medicijngebruik van de moeder
  • Stress bij de moeder; bijvoorbeeld bij ernstig ziek kind
  • Moeder rookt en/of gebruikt alcohol of cannabis.
Signalen van te weinig voeding zijn bij de baby:                
  • Ontevredenheid (uitsluiten dat het geen krampjes zijn)
  • Slechte of geen groei
  • 4 plasluiers of minder per dag     (zie tabel 2, richtlijn 16)
  • Huilgedrag (i.v.m. honger) of 
  • Veel slapen, waardoor de indruk bestaat dat de baby voldoende voeding krijgt (stille ondervoeding aan de borst, zie richtlijn 39).

Om de borstvoeding te stimuleren is vooral het vaak legen van de borst van groot belang. Bij voorkeur gebeurt dit door vaak aan te leggen. Daarnaast is voldoende rust voor de moeder belangrijk, zowel geestelijk als lichamelijk. Zelfvertrouwen en steun vanuit de directe omgeving spelen hierbij een grote rol. Gezonde voeding is belangrijk voor de moeder.

Voorlichting of advies
  • De baby goed en vaker aanleggen, gedurende twee tot drie dagen om de twee uur
  • Beide borsten per keer laten geven. Pas overgaan op de tweede borst als de baby dit aangeeft
  • De baby wakker maken voor de voeding, elke twee uur, of zonodig (extra) afkolven
  • Eventueel gebruik maken van wissel-voeden. D.w.z.het kindje meerdere malen van de linker- naar de rechterborst brengen en andersom, in 1 voedingsronde.
  • De baby zonodig wakker maken voor de voeding, elke twee uur of zonodig (extra) afkolven, bv powerkolven
  • De moeder genoeg laten drinken, (1 glas vocht per borstvoeding)
  • De moeder moet voldoende rust nemen en zelf gezond eten
  • Zorg voor veel huidcontact tussen moeder en kind (rooming-in!) om de werking van prolactine en oxytocine te verbeteren
  • Pas bijvoeden als het niet lukt om de borstvoeding te stimuleren. Bijvoeden betekent starten met kolven!
  • De conditie van de moeder is van invloed op de borstvoeding.
  • Indien problemen blijven bestaan is dit een reden voor een verwijzing naar een lactatiekundige.

Voor voedingsadviezen voor de moeder, zie richtlijn 32. 

Er bestaan meerdere methodes om de melkproductie te verhogen:

  • Moeder kan geadviseerd worden om 8x daags te kolven en dan in de tussenliggende uren telkens per uur 5 minuten te kolven om de prolactine-spiegel te verhogen
  • Moeder kan i.p.v. een gewone kolf-sessie kiezen om één keer per 24 uur een uur lang te kolven, met telkens tussenpauzes van 10 minuten. Moeder kolft dan in één uur 3 tot 4 keer 10 minuten om de borsten telkens helemaal leeg te maken wat weer extra prikkelt om meer voeding te maken.

Het gebruik van kruiden en bepaalde levensmiddelen die productie-verhogend werken worden wel veel toegepast maar zijn niet wetenschappelijk bewezen. Het gebruik van Domperidon is wel wetenschappelijk bewezen, maar wordt alleen op recept voorgeschreven via de huisarts in samenwerking met een lactatiekundige .

Sluit de enquête