Weegbeleid

Bij een gezond kind zijn er voldoende observatiemogelijkheden om te beoordelen of het kind goed groeit (zie tabel richtlijn 16).

Bij twijfel over de toename van het gewicht van de baby bestaat de mogelijkheid om de baby te laten wegen tijdens het spreekuur van het consultatiebureau. 

In de kraamtijd en/of afdeling Neonatologie

Voorlichting of advies
  • In de Multidisciplinaire richtlijn borstvoeding wordt aangegeven: Weeg de baby bij voorkeur in de kraamtijd regelmatig, maar bij voorkeur bij de geboorte (dag 1) en op de 2de, 4de en 7de dag.  In de regio wordt door de verloskundigen minimaal 3 tot 4 weegmomenten aangehouden. Dit op dag 1, dag 3 of 4 en dag 7 of 8. In situaties die hierom vragen wordt vaker gewogen. In de praktijk ervaart men het weegbeleid als voldoende veilig, en signaleert men doorgaans tijdig eventuele problemen.
  • In het ziekenhuis wordt de baby eenmaal per 24 uur bloot gewogen, (plus op de neonatologie voor en na elke voeding totdat de baby naar vrije borstvoeding gaat).
  • Als de baby weer op zijn geboortegewicht is, moet hij daarna ongeveer 150 gram tot 200 gram per week groeien, wil men spreken van voldoende vochtopname. Er kan verschil zijn tussen de ene of de andere week.
  • Het gewicht wordt uitgezet in een TNO-curve voor relatieve gewichtsverandering.

De meeste baby’s zijn na ongeveer 10 -14 dagen weer op hun geboortegewicht. In Zuyderland MC en MUMC+ is tot 10 % gewichtsafname toegestaan.

Weeg de baby met een digitale weegschaal die voldoet aan de Europese regelgeving. Weeg bloot en indien mogelijk op hetzelfde moment van de dag.
Criteria voor voldoende vochtinname.

NB. Standaard groeicurven kunnen onjuiste verwachtingen wekken voor uitsluitend borstgevoede zuigelingen. Bij borstvoeding zie je vaak de eerste twee tot drie maanden een snellere groei en rond de leeftijd van vier en 9 maanden een afvlakking van de groeicurve. Dit is een normaal verschijnsel.

Er is twijfel over voldoende inname van borstvoeding indien:
  • De baby 
    • onrustig of huilerig blijft na de voeding
    • onvoldoende actief reageert
    • veel spuugt of braakt
    • onvoldoende natte luiers heeft
    • medische problemen heeft,  bijvoorbeeld geelzien, infectie
    • extra risico's heeft, bijvoorbeeld prematuur geboren is
  • De moeder sociale, ernstige medische en/ of psychische problemen heeft.
  • Voor beleid ten aanzien van bijvoeding zie Richtlijn 17.

Na de kraamtijd

De groei van de baby is een indicator voor zijn gezondheid. Daarom is het belangrijk dat het gewicht wordt uitgezet in een TNO-curve voor relatieve gewichtsverandering.
Als de baby groeit, kan worden gesteld dat de voeding adequaat is. Wegen is een belangrijke manier om te bepalen of een baby voldoende moedermelk krijgt voor zijn groei en ontwikkeling.

Sluit de enquête