Veel gestelde vragen over zwanger worden

In deze rubriek trachten we een antwoord te geven op veel gestelde vragen. De vragen zijn verdeeld over verschillende onderwerpen.

Algemene vragen

  • Het Centrum voor Voortplantingsgeneeskunde verricht geen onderzoek en/of medebehandeling aan patiënten die elders onder behandeling zijn, tenzij er sprake is van een situatie waarin medisch noodzakelijke (spoed)zorg nodig is.

  • Tot de 43e verjaardag van de vrouw voeren wij behandelingen uit. Ingevroren embryo’s plaatsen wij terug tot de 45e verjaardag van de vrouw. 

  • Wij starten in principe alleen een vruchtbaarheidsbehandeling op, indien de BMI van de vrouw onder de 38 is. Is de BMI tussen de 35 en de 38, dan zal er eerst samen met u worden gekeken naar gewichtsvermindering. Is de BMI boven de 38, dan starten wij geen behandeling op.

  • Ja, dat kan. Wanneer wij een behandeling als medisch zinloos of als een te groot medisch risico beschouwen, kunnen wij een behandeling weigeren. Dit kan bijvoorbeeld als er sprake is van ernstig onderliggend lijden (bijvoorbeeld ontregelde diabetes, ernstige long- of hartproblematiek, BMI >40 of <18, bij ernstige verslavingsproblematiek of psychiatrische problematiek). Ook ernstige problemen op sociaal gebied (bijvoorbeeld een eerdere ontheffing uit de ouderlijke macht) zijn reden tot weigering. Wij inventariseren dergelijke casussen nauwgezet en we onderbouwen een eventuele afwijzing zorgvuldig.

  • Deze extra mogelijkheden worden ‘add ons’ genoemd. Denk dan bijvoorbeeld aan assisted hatching, scatching of iets soortgelijks. De meerwaarde van deze mogelijkheden is niet bewezen. Ook staat niet altijd vast of ze wel 100% veilig zijn. Zij maken daarom geen onderdeel uit van onze behandelingen. Wel hebben we een speciaal implantatiespreekuur waarbij onder bepaalde voorwaarden wel verder onderzoek mogelijk is, meer informatie hierover is te vinden via deze link

  • Ja, als academisch ziekenhuis voeren wij medisch wetenschappelijke onderzoeken naar vruchtbaarheidsproblemen uit zodat we hiermee in de toekomst de mogelijke behandelingen kunnen verbeteren. Een arts kan je daarom vragen om deel te nemen aan een lopende studie.

    Op dit moment loopt er één onderzoek, hierin onderzoeken we het vaginale microbioom en probiotica behandeling. Meer informatie hierover is te vinden via deze link

Centrum voor Voortplantingsgeneeskunde legt uit

  • De eerste dag van de menstruatie is de eerste dag waarop helder bloedverlies optreedt. De hormoonwaarden zijn dan laag, de binnenbekleding van de baarmoeder (endometrium) is dan dun en de eierstokken zijn helemaal rustig (niet actief). Het eigen follikel stimulerend hormoon (FSH) gaat dan gedurende de daaropvolgende dagen stijgen waardoor er meerdere eiblaasjes (follikels) gaan rijpen in de eierstokken. Deze rijpende eiblaasjes maken oestradiol aan, waardoor de waarde hiervan in het bloed ook gaat stijgen en het baarmoederslijmvlies dikker (opgebouwd) gaat worden. Hierdoor wordt ook de afgifte van FSH geremd en alleen het grootste eiblaasje groeit door. Wanneer dit blaasje rijp is, komt de LH-piek op gang waarna de eisprong volgt. Na de eisprong vormt het restant van het eiblaasje progesteron. Dit hormoon houdt het opgebouwde baarmoederslijmvlies in stand tot er een zwangerschap is opgetreden en het zwangerschapshormoon de functie over kan nemen. Treedt er geen zwangerschap op, dan zakt de productie van progesteron in en treedt er weer een menstruatie op.

  • Meestal begint de menstruatie met bruinige afscheiding, daarna komt er helderrood bloedverlies. De eerste dag van de menstruatie is de eerste dag waarop helderrood bloedverlies optreedt. Als je twijfelt over je beginnende menstruatie, kun je met een verpleegkundige overleggen door tijdens kantooruren contact op te nemen. 

  • Een cyclus is veel vaker regelmatig dan men denkt. Wanneer een cyclus tussen de 24 en 35 dagen duurt, wordt deze als regelmatig beschouwd. De kans dat de cyclus dan gepaard gaat met een eisprong is heel groot. Met name wanneer de cyclus langer duurt dan 35 dagen, zie je vaker dat de eisprong uitblijft en daardoor ook de kansen op zwangerschap uitblijven.

  • Wanneer u door uw huisarts naar ons centrum wordt verwezen vanwege het uitblijven van een zwangerschap, zult u van ons een uitnodiging ontvangen voor een intake. Dit is een intake voor het Oriënterend Fertiliteits Onderzoek (OFO). Het OFO kan plaatsvinden wanneer geen zwangerschap is ontstaan binnen één jaar onbeschermd seksueel contact. Het OFO bestaat uit verschillende onderzoeken met als doel het opsporen van stoornissen die het ontstaan van een zwangerschap in de weg kunnen staan. 

  • Nee, bij vrouwen is het risico op het krijgen van kanker niet groter na een IVF- of ICSI behandelingen. Er is geen verhoogd risico op de lange termijn, ook niet na meerdere cycli/behandelingen.

  • Kinderkanker komt heel weinig voor; datzelfde geldt voor kinderen die via een IVF, ICSI of cryo (ingevroren embryo) behandeling zijn verwekt. Er is geen verhoogd risico na IVF. Er is mogelijk een klein verhoogd risico na ICSI en cryo, maar daar is extra onderzoek nodig voor meer duidelijkheid. Wel is duidelijk dat kans op kinderkanker ook bij ICSI en cryo kinderen heel klein blijft.

  • Strikt genomen is dit niet zo. Het algemene bevolkingsrisico om een miskraam te krijgen is 10-15% per zwangerschap. Bij IVF-zwangerschappen ligt dit risico niet hoger, echter er wordt al relatief vroeg een zwangerschapstest gedaan. In geval van een spontane zwangerschap wordt er vaak wat langer gewacht alvorens er een zwangerschapstest wordt gedaan. Sommige van deze vrouwen gaan alsnog menstrueren voordat zij een zwangerschapstest hebben kunnen doen. In dit geval is er geen bewijs van een zwangerschap geweest (namelijk geen positieve zwangerschapstest) en wordt het dus niet als miskraam aangemerkt maar als een late menstruatie. Omdat er bij een IVF-behandeling al zo vroeg getest wordt, is in deze groep het risico groter dat er kort na een positieve zwangerschapstest alsnog bloedverlies optreedt en de zwangerschap eindigt in een (vroege) miskraam. We weten echter alleen dat het hier om een miskraam gaat omdat er kort daarvoor een positieve testuitslag was, die er in het geval van een spontane zwangerschap vaak nog niet was.

  • Als u een kinderwens heeft, is het goed om te weten dat overgewicht invloed kan hebben op de kans om zwanger te worden en op het verloop van een zwangerschap. Veel mensen zijn zich hier niet van bewust. Daarom bespreken we dit onderwerp met iedereen die voor een eerste gesprek op de poli voortplantingsgeneeskunde komt. 

    Overgewicht kan in verschillende mate voorkomen, dit wordt weergegeven in onderstaande tabel

    BMI tabel

    Het MUMC+ hanteert een BMI grens voor het starten van een vruchtbaarheidsbehandeling. 

    Een vruchtbaarheidsbehandeling kan, indien er geen andere bezwaren zijn, direct worden opgestart bij een BMI <35.
    - Is uw BMI in deze categorie hoger dan normaal, dat wil zeggen tussen 25-35,  zullen wij u tijdens de behandeling begeleiden om een gezond(er) gewicht na te streven en een goede uitgangspositie voor zwangerschap na te streven.
    Is het BMI tussen de 35-38 zullen we voorafgaande aan behandeling met u in gesprek gaan en de juiste begeleiding zoeken om een gezonder gewicht na te streven. Een behandeling kan dan op termijn gestart worden.
    Bij een BMI >38 wordt de behandeling niet opgestart maar ook dan zullen we u zo goed mogelijk begeleiden naar een gezondere leefstijl en een gezond gewicht. Indien u aantoonbaar gewichtsverlies laat zien kunnen we op later moment onze beslissing herzien en alsnog starten met behandelen. 

    Ook tijdens de behandeling zullen we samen met u het gewicht en de algemene gezondheid in de gaten houden. Gedurende de behandeling worden er tussentijdse weegmomenten met u gepland. Indien noodzakelijk vinden er evaluatiemomenten plaats die gepaard kunnen gaan met het tijdelijk onderbreken van de behandeling. 

    Lees verder voor extra toelichting

    Wat is BMI?
    BMI (Body Mass Index) is een maat die iets zegt over de verhouding tussen uw gewicht en lengte.

    • BMI 19–24,9: gezond gewicht 
    • BMI 25–29,9: overgewicht 
    • BMI 30 of hoger: obesitas 

    Hoe hoger het BMI, hoe groter meestal de invloed op vruchtbaarheid en zwangerschap.

    Invloed op de vruchtbaarheid
    Overgewicht kan het moeilijker maken om zwanger te worden. Dit komt onder andere doordat hormonen uit balans kunnen raken, waardoor de eisprong minder regelmatig plaatsvindt.
    Mogelijke gevolgen zijn:

    • Een lagere kans op een spontane zwangerschap. 
    • Een langere tijd voordat een zwangerschap ontstaat. 
    • Onregelmatige menstruaties of uitblijven van de eisprong. 
    • Verminderde seksuele gezondheid of minder zin in seks. 

    Ook bij mannen kan overgewicht de vruchtbaarheid verminderen, bijvoorbeeld door veranderingen in hormonen, een verminderde zaadkwaliteit en seksuele problemen.

    Invloed op vruchtbaarheidsbehandelingen
    Een verhoogd BMI kan ook invloed hebben op behandelingen zoals IUI, IVF of ICSI.
    Bij vrouwen met obesitas zien we gemiddeld:

    • Een lagere kans op zwangerschap na behandeling. 
    • Meer medicatie nodig voor hormoonstimulatie. 
    • Een langere behandelduur. 
    • Soms een minder goede reactie van de eierstokken op de behandeling. 
    • Minder of minder goed ontwikkelde eicellen. 

    Risico's tijdens de zwangerschap
    Wanneer u zwanger wordt met een verhoogd BMI, is de kans op bepaalde complicaties groter. Dit betekent niet dat deze problemen zeker zullen optreden, maar wel dat ze vaker voorkomen.
    Voor de moeder:

    • Verhoogde kans op een miskraam. 
    • Zwangerschapsdiabetes.  
    • Hoge bloeddruk. 
    • Zwangerschapsvergiftiging (pre-eclampsie). 
    • Grotere kans op een inleiding van de bevalling. 
    • Grotere kans op een keizersnede. 

    Voor het kind:

    • Een hoger geboortegewicht. 
    • Meer kans op problemen rondom de bevalling. 
    • Een verhoogde kans op sommige aangeboren afwijkingen.

    Kan afvallen helpen?
    Ja. Gewichtsverlies vóór een zwangerschap kan de kans op een zwangerschap vergroten en de kans op complicaties verkleinen. Zelfs een beperkte gewichtsafname kan al gezondheidswinst opleveren. Veel vrouwen merken dat hun menstruatiecyclus verbetert en dat de kans op een zwangerschap toeneemt. Maar ook tijdens een vruchtbaarheidsbehandeling kan het helpen om de resultaten te verbeteren. 

    Hulp bij gewichtsverlies
    Afvallen is vaak niet eenvoudig. Veel mensen hebben al meerdere pogingen gedaan voordat zij hulp zoeken. Daarom kijken we samen welke ondersteuning het beste bij uw situatie past.

    Samen beslissen
    Een verhoogd BMI betekent niet dat een zwangerschap onmogelijk is. Veel vrouwen met overgewicht krijgen een gezonde zwangerschap en een gezond kind. Wel is het belangrijk om de mogelijke gevolgen te kennen, zodat u samen met uw zorgverlener kunt bespreken wat voor u de beste aanpak is.

    Ons doel is om u zo gezond mogelijk zwanger te laten worden en de kans op een gezonde zwangerschap voor moeder en kind zo groot mogelijk te maken.

Do's en Dont's

  • Krijg je een recept van een arts, maak dan aan deze arts je zwangerschapswens kenbaar en geef aan je arts door welke medicijnen je voor de behandeling gebruikt of gaat gebruiken. Vanaf het starten van de FSH raden wij u af om andere pijnmedicatie te gebruiken dan paracetamol. Paracetamol mag gedurende de hele IVF-behandeling gebruikt worden in een dosering van maximaal 4000 mg per dag (= 8 tabletten van 500 mg per dag, elke 6 uur 2 tabletten tegelijk innemen), ook na de terugplaatsing. Bent u van mening dat er medicijnen zijn waar u absoluut niet buiten kunt, overleg dan altijd met de IVF-arts of u deze in de stimulatiefase (en eventueel daarna) mag gebruiken

    Na de embryoterugplaatsing moet je voorzichtig omgaan met medicijnen. Paracetamol mag, zoals hierboven beschreven, zonder overleg gebruikt worden. Wees verder terughoudend met vrij verkrijgbare middelen. Alleen foliumzuur en vitamine D wordt dringend geadviseerd aan vrouwen met een kinderwens.

  • Helaas zijn er weinig specifieke adviezen te geven. Iedereen met een kinderwens wordt geadviseerd zo gezond mogelijk te leven, dus gevarieerd te eten, regelmatig te bewegen en de ongezonde dingen zoals roken, alcohol en drugs achterwege te laten. Heb je over- of ondergewicht, probeer dan wat af te vallen of aan te komen. Voor zover bekend zijn er geen andere specifieke maatregelen die u kunt nemen om de kans op zwangerschap te vergroten.

  • Als je het prettig vindt mag dit, tenzij je andere voorschriften hebt gekregen. Op de dag van de punctie mag je niet werken en adviseren we je om rust te nemen. Je mag, doordat je medicijnen van ons hebt gekregen die de rijvaardigheid beïnvloeden, dan ook geen auto rijden. Wanneer je bij ons komt voor een PGT behandeling (embryoselectie) is het niet toegestaan om onbeschermde gemeenschap te hebben vanaf de start van de behandeling. 

  • Ja, dat mag. Ook de meeste röntgenfoto’s van het gebit zijn niet schadelijk voor de vrucht. Wanneer er geen spoed is kun je om psychologische redenen de foto wellicht beter uitstellen tot na de zwangerschap.

Zaad kwaliteit

  • Met behulp van een microscoop wordt het aantal spermatozoa (zaadcellen) geteld die zich in een of meer hokjes bevinden van het telrooster van de microscoop. De omrekening van het aantal getelde spermatozoa naar het werkelijk aantal spermatozoa in het zaadmonster is mogelijk doordat het volume nauwkeurig bekend is. Er wordt onderscheid gemaakt tussen niet bewegende, bewegende en goed bewegende spermatozoa.

  • Koorts: wanneer een man meer dan 38 graden koorts heeft, kan dit gevolgen hebben voor de kwaliteit van het zaad. Neem in dat geval contact op met het Centrum voor Voortplantingsgeneeskunde.

    Roken en alcoholgebruik: Veel roken of het gebruik van veel alcohol is slecht voor de beweeglijkheid van het zaad. Probeer gedurende het IVF-traject niet te roken en weinig alcohol te drinken.

    Medicatiegebruik: bepaalde medicijnen kunnen een nadelige invloed hebben op de zaadkwaliteit. Geef altijd door aan het Centrum voor Voortplantingsgeneeskunde of u medicijnen gebruikt en welke medicijnen dat zijn. De IVF-arts kan u vertellen of dat bepaalde medicijn nadelig is voor de zaadkwaliteit of niet.

    Herhaalde blootstelling aan hoge temperaturen of chemische stoffen: wanneer u een beroep heeft waarbij u vaak wordt blootgesteld aan hoge temperaturen (bijvoorbeeld ovens) of chemische stoffen, kan dit nadelig zijn voor de zaadkwaliteit. Probeer dit zo veel mogelijk te vermijden

  • Nee. Van geen enkel vitaminepreparaat is aangetoond dat het de zaadkwaliteit significant verbetert. Ook de combinatie zink met foliumzuur is niet bewezen werkzaam. Wees daarbij altijd op uw hoede wanneer u overweegt een voedingssupplement te gaan gebruiken. Gebruik het alleen wanneer u zeker weet wat er precies in zit en vergewis u ervan dat er geen schadelijke stoffen inzitten.

  • Ingevroren zaad is meestal minder goed beweeglijk dan vers zaad. Dit is het gevolg van het invriezen en vervolgens weer ontdooien. In het algemeen geldt: hoe beter bewegend het zaad, hoe beter de bevruchting. Met vers zaad zijn de resultaten inderdaad beter dan met zaad dat eerst ingevroren is geweest. Vandaar dat op de dag van de punctie de voorkeur uitgaat naar vers zaad. Soms is dit echter niet beschikbaar (bijvoorbeeld omdat de man bestraald is of chemotherapie heeft gehad als gevolg van kanker en het verse zaad daarom niet gebruikt mag worden) of vanwege productieproblemen op de dag van de punctie. Als u dit van tevoren ziet aankomen geef dit dan alstublieft door aan het Centrum  voor Voortplantingsgeneeskunde, zodat er tijdig een zaadmonster kan worden ingevroren.

  • In spermatozoa (zaadcellen) komen soms genetische afwijkingen voor, ongeacht of ze een normale vorm of een  afwijkende vorm hebben. De genetische afwijkingen die voorkomen in spermatozoa zijn in te delen in drie typen:
    Type a) zijn afwijkingen waarvan de man drager is en die ook bij het kind tot afwijkingen zullen leiden.
    Type b) zijn afwijkingen die spontaan ontstaan tijdens de vorming van de spermatozoa en die bij het kind tot afwijkingen zullen leiden.
    Type c) zijn afwijkingen die spontaan ontstaan tijdens de vorming van de spermatozoa en die zullen leiden tot embryo's die niet in staat zijn om in een zwangerschap te resulteren. Er zijn aanwijzingen dat in spermatozoa met een sterk afwijkende kop iets vaker genetische afwijkingen van het type c) voorkomen.

  • Er zijn aanwijzingen dat in de groep mannen met een zeer slechte zaadkwaliteit iets vaker mannen zijn die drager zijn van een genetische afwijking. Deze mannen weten dat vaak niet van zichzelf. Deze genetische afwijking kunnen deze mannen via hun spermatozoa (zaadcellen) doorgeven aan hun kinderen en daarmee bestaat er een kans dat het kind een afwijking heeft. Hierdoor zal er in een zwangerschap bij koppels met zeer slecht zaad een indicatie zijn voor prenatale screening (NIPT, ETSEO/SEO) / invasieve prenatale diagnostiek  (vruchtwaterpunctie/vlokkentest). De verloskundige/gynaecoloog zal paar hierover counselen.  

  • In elk zaadmonster komen niet bewegende spermatozoa (zaadcellen) voor. Indien meer dan de helft van de spermatozoa beweegt, is een zaadmonster (wat de beweeglijkheid betreft) normaal.

Planning (IVF/ICSI)

    • U wordt aangemeld voor IVF/ICSI via het aanmeldformulier, hetgeen is ingevuld door uw verwijzer, bijvoorbeeld de huisarts of uw gynaecoloog.
    • U wordt nadien uitgenodigd voor een intakegesprek bij de gynaecoloog of IVF-arts. Meestal wordt er een zaadanalyse gedaan bij meneer en bloed geprikt bij u beiden.
    • Wanneer de uitslagen binnen zijn, dit duurt ongeveer 3 weken, zal de verpleegkundige voor u een behandeling en een consult bij de IVF-verpleegkundige inplannen.
    • Tijdens het gesprek met de IVF-verpleegkundige wordt onder andere de planning van uw IVF-behandeling besproken en krijgt u alle medicatie te zien die u gaat gebruiken. Via deze link kunt u de presentatie raadplegen die getoond wordt tijdens het consult met de IVF-verpleegkundige.
    • Wanneer uw menstruatie begint waarop uw behandeling zal starten, belt u ons. We plannen dan een zogenaamde start echo voor u in.
    • Bij de start echo wordt bepaald of u mag starten met de hormooninjecties en zullen echo afspraken worden ingepland om de groei van de eiblaasjes in de gaten te houden.
    • Na gemiddeld 10 tot 14 dagen hormooninjecties zal de eicelpunctie plaatsvinden.
    • 3 of 5 dagen na de eicelpunctie vindt de embryo terugplaatsing plaats.
    • Eventueel resterende embryo´s van voldoende kwaliteit worden ingevroren.
    • 12-14 dagen na de embryo terugplaatsing mag u thuis een zwangerschapstest doen, de precieze testdatum ontvangt u van de arts die de embryoplaatsing doet. De uitslag geeft u via Mijn MUMC+/MyChart door aan ons.
    • Indien de zwangerschapstest positief is, wordt er een zwangerschapsecho gepland.
    Indien de zwangerschapstest negatief is en er zijn nog ingevroren embryo´s aanwezig:
    • U wordt aangemeld voor een terugplaatsing met ingevroren embryo´s. Soms kunt u meteen de behandeling opstarten voor een terugplaatsing met een ingevroren embryo. Echter kan het zo zijn, dat u op advies van uw behandelend arts één of meerdere menstruele cycli af moet wachten alvorens u verder kunt met de behandeling. De wachttijd kan soms oplopen vanwege een tijdelijk groter aanbod aan patiënten.
    • In principe plaatsen we embryo's terug in de eigen menstruatiecyclus. Met behulp van ovulatietesten bepalen we wanneer u uw eisprong heeft. Na de eisprong start u met Utrogestan capsules. Uw arts of IVF-verpleegkundige zal u vertellen wanneer u precies moet starten met de Utrogestan capsules.
    • 12-14 dagen na de embryo terugplaatsing mag u thuis een zwangerschapstest doen, de precieze testdatum ontvangt u van de arts die de embryoplaatsing doet. De uitslag geeft u via Mijn MUMC+/MyChart door aan ons.
    • Indien de zwangerschapstest positief is, wordt er een zwangerschapsecho gepland. 
    Indien de zwangerschapstest negatief is en er zijn GEEN ingevroren embryo´s (meer) aanwezig:

    Soms kan er meteen een volgende behandeling worden ingepland, soms vindt er eerst een gesprek met de arts plaats.

  • Gezien het grote aantal patiënten dat door ons behandeld wordt en de beperkte capaciteit van onze afdeling hebben wij een maximum gesteld aan het aantal patiënten per week dat met een nieuwe IVF-behandeling kan starten. Patiënten worden dus verdeeld over zogenaamde planningsweken met betrekking tot het starten van hun IVF-behandeling. Wanneer een week “vol” is, betekent dit dat het maximale aantal patiënten voor die week is bereikt. De IVF-verpleegkundige zal vragen wanneer u uw menstruatie verwacht, en u op basis daarvan indelen. 

  • Wanneer de menstruatie start, belt u tijdens kantooruren naar ons Centrum, hiervoor mag u indien nodig de spoedlijn gebruiken. We plannen dan voor u een echo in op de 2e of 3e dag van de menstruatie. Gaat u in het weekend menstrueren? Bel dan meteen op maandagochtend naar de afdeling, dit kan vanaf 8:00 uur op de spoedlijn. Belangrijk: bel NIET in de avond/nacht of het weekend hiervoor op de spoedlijn. U krijgt dat de verloskamers aan de lijn en zij kunnen u niet helpen. Wacht met bellen tot het eerstvolgende moment dat onze afdeling weer bereikbaar is.

De stimulatie (IVF/ICSI)

  • De hormooninjecties kunnen wat belastend zijn. Om een inseminatie of IVF /ICSI uit te kunnen voeren, is het gebruik van een speculum/eendebek/spreider noodzakelijk. Dit kan eveneens wat ongemakkelijk zijn. De inseminatie of embryoterugplaatsing zelf is meestal ongevoelig. Een IVF/ of ICSI-punctie is vaak wat vervelender. Toch blijkt de pijn na goede pijnstilling meestal acceptabel. 

  • Ja. Onder invloed van oestrogenen die door de rijpende eiblaasjes aan het bloed worden afgegeven, ontstaat er meer vaginale afscheiding. Deze is zichtbaar als helder slijm.

  • Dit is heel moeilijk op voorhand aan te geven en hangt af van de groeisnelheid van de follikels. Deze is voor iedere individuele vrouw verschillend. Bij de ene vrouw zullen de follikels na 1 week FSH-gebruik al groot genoeg zijn, bij de andere kan het wel 3 weken duren. Gemiddeld genomen duurt het bij de meeste vrouwen ongeveer 1,5-2 weken voordat er een punctie kan worden afgesproken. Het is echter niet goed mogelijk om voor iedereen al na 1 week te voorspellen wanneer de follikels groot genoeg zullen zijn en op welke dag de punctie dus zal plaatsvinden. Dat is meestal pas vrij kort voordat de punctie wordt afgesproken bekend. 

  • Ook hier is moeilijk antwoord op te geven. Wij streven naar een follikelaantal van rond de 8 à 10 (verdeeld over beide eierstokken). Dit is echter niet voor iedere vrouw haalbaar, zelfs niet met de maximale dosering FSH. Anderzijds zijn er ook vrouwen waarbij (te) veel eiblaasjes rijpen. Het aantal follikels waarbij een punctie kan worden afgesproken varieert van een minimum van 3 en een maximum van ± 20 follikels. Wanneer u voor PGT komt (embryoselectie), dan is het minimum aantal follikels 4 en in uitzonderlijke gevallen 8 follikels. 

    Mocht u meer dan 20 eiblaasjes hebben, dan kan het zijn dat we de behandeling moeten aanpassen om een punctie te kunnen doen, een gevolg daarvan is dat we de embryo's die uit die punctie ontstaan zullen moeten invriezen, er kan dan geen verse embryoplaatsing plaatsvinden.

  • Vaak wordt gedacht: hoe meer follikels, hoe beter. Dit gaat echter niet altijd op. De kans op zwangerschap wordt met name bepaald door de kwaliteit van het embryo (of embryo’s) dat teruggeplaatst wordt. Het hebben van veel follikels betekent niet dat de embryo’s beter van kwaliteit zullen zijn. Wel zal het aantal embryo’s dan waarschijnlijk groter zijn, waardoor de kans dat er minimaal 1 embryo van goede kwaliteit bij zit wel zal toenemen. In onze kliniek wordt 3 als het minimum aantal follikels gezien waarbij een punctie kan worden afgesproken.

  • Van een overstimulatie syndroom spreekt men als er als gevolg van de groei van veel follikels (over het algemeen meer dan 20 follikels) een bepaald klachtenpatroon ontstaat. Dit klachtenpatroon bestaat uit een pijnlijke, opgezette buik, het vasthouden van vocht en aankomen in gewicht (1 kg per dag of meer). Soms is er ook misselijkheid en kortademigheid. In tegenstelling tot wat vaak wordt gedacht, treedt een overstimulatie syndroom meestal pas op ná de eicelpunctie. Als er vóór de eicelpunctie 20 of meer follikels worden geteld zijn er meestal nog niet heel veel klachten en spreekt men eerder van een dreigende overstimulatie syndroom. Wanneer de IVF-arts van mening is dat het risico op het ontstaan van een overstimulatie syndroom groot is op basis van het aantal follikels dat geteld wordt, kan het zijn dat de cyclus afgebroken wordt. Er moet dan opnieuw worden begonnen met een lagere hoeveelheid FSH. Het ontstaan van een overstimulatie syndroom wordt beschouwd als een ernstige complicatie van een IVF-behandeling waarvoor ziekenhuisopname soms noodzakelijk is. Het is dan ook van belang dat deze klachten tijdig onderkend worden. Als u deze klachten herkent, neem dan zo spoedig mogelijk contact op met de IVF-afdeling.

  • Dit kan helaas meerdere keren na elkaar voorkomen. Over het algemeen zal na een eerste overstimulatie syndroom de hoeveelheid FSH verminderd worden. Heel zelden kan dit een tweede keer alsnog teveel blijken te zijn. Dit is vaak niet op voorhand te voorzien, aangezien de reactie van een eierstok op een bepaalde hoeveelheid hormoon iedere keer verschillend is. 

De eicelpunctie en bevruchting

  • U krijgt een infuus. De arts zal u intraveneus Alfentanil (Rapifen®) toedienen wat een pijnstiller is die onder de groep morfine valt. Wanneer deze is ingewerkt (binnen 1 minuut), zal de arts beginnen met de punctie.

  • Nee, dit wordt in ons ziekenhuis niet gedaan omdat de logistieke bezwaren te groot zijn. Er moet namelijk precies op het goede tijdstip een operatiekamer en een anaesthesist beschikbaar zijn. Vanwege de precieze timing van de eicelpunctie is dit praktisch gezien niet mogelijk. Bovendien zijn er aan een algehele narcose veel meer risico’s verbonden dan aan het soort verdoving dat op dit moment gegeven wordt op onze IVF-afdeling.

  • Nee. De dagen waarop een punctie kan worden afgesproken zijn maandag tot en met vrijdag.

  • Gemiddeld zal 60% van de eicellen bevrucht blijken te zijn. Bijvoorbeeld: als er bij de punctie 10 eicellen gevonden zijn, zullen daarvan gemiddeld 6 bevrucht worden. Dit percentage kan bij ieder individueel paar verschillen en ook weer per behandeling variëren. We spreken van een abnormaal lage bevruchting wanneer < 20% van de eicellen bevrucht worden. Ook komt het soms voor dat er tussen alle eicellen een aantal onrijpe eicellen blijken te zijn. Onrijpe eicellen kunnen sowieso niet bevrucht worden. De kans dat er helemaal geen bevruchting is, is zeer klein maar toch komt dit af en toe voor. 

  • Dit is helaas niet correct. In het geval van ICSI wordt de zaadcel weliswaar rechtstreeks in de eicel geïnjecteerd, dit betekent echter niet automatisch dat de eicel ook bevrucht is. Hiervoor moet de zaadcel nog enkele aanvullende reacties aangaan met de eicel. Het injecteren van de zaadcel in de eicel alleen is dus niet voldoende om de eicel te bevruchten.

  • Nee, het percentage bevruchte eicellen verschilt niet tussen ICSI en IVF. Gemiddeld wordt zo’n 60% van de rijpe eicellen bevrucht.

  • Nee, de kans op zwangerschap is met ICSI hetzelfde als met IVF, namelijk ongeveer 25-30% per poging.

  • ICSI zal altijd worden uitgevoerd met de zaadcellen uit het zaadmonster van de man die de meest normale vorm en beweeglijkheid hebben. Zijn er echter alléén maar zaadcellen aanwezig met een afwijkende vorm of beweeglijkheid, dan is er geen keuze en zullen deze gebruikt worden. Uit de op dit moment bekende gegevens van wetenschappelijk onderzoek is niet gebleken dat de kans op een afwijking van het kind groter is na ICSI met een zaadcel met een afwijkende vorm of beweeglijkheid. Wel is de kans op zwangerschap kleiner indien voor de ICSI een zaadcel met een sterk afwijkende kop gebruikt werd.

  • Een eicel is in het lichaam van de vrouw omgeven door andere cellen (cumuluscellen). Tijdens de punctie worden deze cumuluscellen plus de eicel daarin als een klein weefselbrokje gevonden in het laboratorium. Met behulp van een pincet wordt het weefselbrokje overgezet in kweekmedium. Hierbij wordt de eicel zelf niet aangeraakt en bestaat er geen risico op beschadiging. Later moet in het laboratorium de eicel worden vrijgemaakt van de cumuluscellen, anders is ICSI en embryo beoordeling niet mogelijk. Dit gebeurt met behulp van dunne glazen pipetjes (buisjes). Bij dit "schoonmaken" van de eicel kan het soms gebeuren dat de eicel beschadigd raakt en daardoor verloren gaat.

  • Nee, dit is een wijdverbreid misverstand. Alleen embryo’s van goede kwaliteit komen in aanmerking om ingevroren te worden. Embryo’s van mindere kwaliteit zullen het invriezen en vervolgens ontdooien vrijwel zeker niet overleven. Het wordt daarom als niet zinvol beschouwd om te proberen deze embryo’s in te vriezen. Op de achtste dag na de eicelpunctie is bekend of er van de overgebleven embryo’s 1 of meer in aanmerking komen om ingevroren te worden. U mag ons dan via Mijn MUMC+/MyChart een bericht sturen om dit na te vragen, indien u dit wilt weten. U krijgt hierover tijdens de plaatsing van het verse embryo meer informatie.

De embryoplaatsing

  • De baarmoeder ligt bij de meeste vrouwen wat naar voren gekanteld en is met een echo via de buik niet goed zichtbaar. Als de blaas gevuld is kan de baarmoeder beter in beeld worden gebracht tijdens de terugplaatsing. Dit kan behulpzaam zijn bij het terugplaatsen zelf, omdat het mogelijk is om direct op het echobeeld te zien waar de terugplaatskatheter zich bevindt. Ook wordt de “bocht”, die van nature in de baarmoeder zit, door de volle blaas opgeheven waardoor het makkelijker is om met de terugplaatskatheter in de baarmoeder te komen.

  • Als u zich goed voelt is er uit medisch oogpunt geen bezwaar tegen (zwaar) tillen of lichamelijke inspanning, zoals sporten. De innesteling zal hierdoor niet negatief beïnvloed worden. In principe mag u na de terugplaatsing de normale gang van zaken weer oppakken en doen wat u anders ook zou doen. Rustig aan doen kan natuurlijk geen kwaad, maar er is nooit wetenschappelijk bewezen dat de kans op zwangerschap hierdoor toeneemt. Soms is het echter wel aangewezen om rustig aan te doen, namelijk in het geval van een (dreigende) overstimulatie syndroom. In dit geval zijn de eierstokken sterk vergroot en zijn er over het algemeen meer buikklachten dan bij iemand met een “normaal” aantal follikels. Als dit bij u het geval is zal u door de IVF-arts geadviseerd worden om zoveel mogelijk rust te nemen en u te melden bij toename van de klachten.

  • Nee, dit betekent helaas niet automatisch dat u zwanger bent. Het kan in dit geval zo zijn dat er geen innesteling heeft plaatsgevonden, maar dat de menstruatie (mede door het gebruik van Utrogestan) nog niet op gang gekomen is. Als u op de testdatum nog niet hebt gemenstrueerd, kan het dus toch zo zijn dat de uitslag van de test negatief blijkt te zijn. De menstruatie zal dan waarschijnlijk op gang komen zo gauw u bent gestopt met de Utrogestan.

  • Wij adviseren u om niet te snel met de Utrogestan te stoppen. Bloedverlies wil niet altijd zeggen dat er een menstruatie op gang komt. U kunt ook bloedverlies hebben als gevolg van bijvoorbeeld een innestelingsbloeding of het raken van de baarmoedermond bij het inbrengen van de Utrogestan capsules. Als het bloedverlies minder is dan bij een normale menstruatie adviseren wij u om door te blijven gaan met de Utrogestan capsules en de zwangerschapstest uit te voeren op de afgesproken datum. Wanneer het bloedverlies zodanig hevig is dat het niet meer mogelijk is de Utrogestan in te brengen of u de capsules meteen weer verliest na het inbrengen, mag u stoppen. Neem echter altijd contact op met onze IVF-afdeling als u wilt stoppen met de Utrogestan. Wij zullen u ondanks het bloedverlies altijd vragen nog een zwangerschapstest te doen op de afgesproken testdatum. Wij begrijpen dat dit een vervelende vraag kan zijn, echter moeten we dit voor de zekerheid altijd doen.

  • Dit is afhankelijk van uw leeftijd, de kwaliteit van de embryo’s en welke poging het betreft.

    • Bent u jonger dan 38 jaar, dan krijgt u in de 1ste en de 2e poging 1 embryo terug. In de 3e poging krijgt u in principe ook 1 embryo terug; wanneer u 2 embryo's tegelijk terug wenst te krijgen kunt u dit met uw arts bespreken. Indien op advies van uw behandelend arts een tweelingzwangerschap ongewenst is, zal altijd één embryo worden teruggeplaatst, ook in een derde poging. Indien dit voor u van toepassing is, zal uw arts dat met u bespreken.
    • Bent u ouder dan 38 jaar, dan worden er - indien aanwezig - na een punctie altijd 2 embryo’s teruggeplaatst. Een uitzondering hierop is wanneer bij u het dragen van een tweelingzwangerschap afgeraden wordt door uw behandelend arts, dan zal altijd één embryo worden teruggeplaatst. Indien dit voor u van toepassing is, zal uw arts dat met u bespreken. Bij ingevroren embryo's wordt er in principe altijd 1 embryo teruggeplaatst.
  • Nee. Een embryo dat niet is ingenesteld gaat in de baarmoeder ten gronde en zal worden opgenomen in het lichaam. Er ontstaat echter geen bloeding als gevolg daarvan.

  • Conform de huidige regelgeving zult u in de eerste en tweede poging altijd één embryo teruggeplaatst krijgen. In een derde poging zijn er eventueel wel mogelijkheden om 2 embryo's teruggeplaatst te krijgen; bespreek dit met uw arts als u dit wenst.

  • Een meerlingzwangerschap leidt in de eerste plaats tot een hoger risico op het ontstaan van complicaties tijdens de zwangerschap. Zaken die vaker gezien worden bij meerlingzwangerschappen zijn hoge bloeddruk (hypertensie), ernstige groeiachterstand van een of meer kinderen, bloedarmoede, zwangerschapsdiabetes en vroegtijdige weeënactiviteit. Ook zijn de risico’s tijdens de bevalling groter; er is een grotere kans op een kunstverlossing of een (spoed)keizersnede. Het grootste risico van een meerlingzwangerschap is het feit dat de kinderen vaak (veel) te vroeg geboren worden. Hierdoor moeten ze vaker (langdurig) worden opgenomen op een couveuseafdeling en is het risico op blijvende (ernstige) handicaps en kindersterfte veel hoger dan bij een eenlingzwangerschap. Om deze redenen streven wij ernaar om het percentage tweelingzwangerschappen dat ontstaat als gevolg van een IVF-behandeling zo laag mogelijk te houden.

  • Ja, dat mag. 

Medicatie

Welke medicatie moet ik precies gaan gebruiken? En wat zijn de bijwerkingen?

  • U begint in sommige gevallen met het slikken van de anticonceptiepil gedurende een periode van gemiddeld 3-4 weken. U begint hiermee op de derde dag van de menstruatie. De anticonceptiepil zorgt ervoor dat er geen natuurlijke cyclus op gang komt. Het slikken van de anticonceptiepil is met name van belang voor het verdelen van alle patiënten over de zogenaamde planningsweken, waarover later meer. Soms kan het voorkomen dat u de anticonceptiepil iets langer moet slikken dan 3-4 weken om in een bepaalde planningsweek uit te komen.

    Bijwerkingen: Over het algemeen verdragen de meeste vrouwen de anticonceptiepil goed. Als er toch bijwerkingen zijn, zijn dit de meest voorkomende: onregelmatig vaginaal bloedverlies (m.n. tijdens eerste maanden van het gebruik), gevoelige of pijnlijke borsten, hoofdpijn (soms migraine), misselijkheid en braken, depressieve stemming, vocht vasthouden. Bijzondere aandacht gaat hier uit naar de meest gevaarlijke bijwerking van de pil, namelijk het ontstaan van trombose. Dit uit zich meestal in het ontstaan van een trombosebeen (symptomen: zwelling, pijn, roodheid en warm aanvoelen van het been) of een longembolie (symptomen: kortademigheid, pijn vastzittend aan de ademhaling, soms hoest met opgeven van beetjes bloed). Indien u de anticonceptiepil gebruikt en deze symptomen bij uzelf herkent dient u zo snel mogelijk contact op te nemen met de IVF-afdeling.

  • Dit zijn dagelijkse injecties om de activiteit van de hypofyse (gebied in de hersenen dat de eierstokken aanstuurt door de productie van geslachtshormonen) tijdelijk te onderdrukken. Dit is van belang om te voorkomen dat u in de loop van de stimulatie een spontane eisprong krijgt voordat de eicelpunctie heeft plaatsgevonden. Als dit zou gebeuren zouden de eicellen niet meer door middel van een eicelpunctie verkregen kunnen worden en zou de rest van de IVF-poging geen doorgang kunnen vinden. U begint met het spuiten van de Decapeptyl 4 dagen voordat u de laatste anticonceptiepil genomen hebt. Dit betekent dat u 4 dagen lang zowel de anticonceptiepil slikt als Decapeptyl injecties zet. Hierna stopt u met de anticonceptiepil en gaat u door met alleen Decapeptyl. De Decapeptyl injecties dienen genomen te worden tot vlak voor de eicelpunctie (dus ook naast de FSH-injecties!). U hoort van de IVF-arts wanneer u met Decapeptyl mag stoppen.

    Bijwerkingen: De meest voorkomende bijwerkingen zijn hoofdpijn (soms migraine), opvliegers en vermoeidheid. Soms komen slaapstoornissen, nervositeit, stemmingwisselingen, pijnlijke borsten, huiduitslag en vaginale droogheid voor.

  • In de FSH-injecties zit het hormoon waarmee de eierstokken daadwerkelijk gestimuleerd worden. Onder invloed van FSH worden de eierstokken aangezet tot het laten groeien van eiblaasjes. Voor sommige behandelingen willen we graag 1 of 2 eiblaasjes laten groeien, voor een IVF/ICSI behandeling meer. Hier passen we de dosering FSH op aan. De arts zal u vertellen wanneer u dit hormoon mag gebruiken en weer stoppen. 

    Bijwerkingen: FSH zelf geeft nauwelijks bijwerkingen. Soms komen lokale reacties (pijn, zwelling, blauwe plekken, soms roodheid) op de injectieplaats voor. De klachten die sommige vrouwen ervaren (opgezet gevoel, het “voelen” van de eierstokken) zijn het gevolg van het feit dat er in de eierstokken meerdere follikels tegelijk aan het groeien zijn waardoor de eierstokken (soms sterk) vergroot worden. Dit is echter een normaal verschijnsel.

  • Cetrotide remt de aanmaak van vrouwelijke geslachtshormonen, waaronder het hormoon LH. Dit is van belang om te voorkomen dat u in de loop van de stimulatie een spontane eisprong krijgt voordat de eicelpunctie heeft plaatsgevonden. Als dit zou gebeuren zouden de eicellen niet meer door middel van een eicelpunctie verkregen kunnen worden en zou de rest van de IVF-poging geen doorgang kunnen vinden. 

    Bijwerkingen: reacties op de injectieplaats, zoals roodheid, jeuk en zwelling komen geregeld voor. Soms kan je ook bijwerkingen ervaren zoals misselijkheid en hoofdpijn.

  • Ovitrelle is een eenmalige injectie waarin het hormoon HCG zit. HCG zorgt ervoor dat de eicelen hun laatste rijpingsfase in gaan en dat er 36-38 uur na deze injectie een eisprong optreedt. Soms wordt Ovitrelle gebruikt om een eisprong op te wekken, die we combineren met een intra uteriene inseminatie (IUI) van zaadcellen. In het geval van van een IVF/ICSI behandeling is dat anders. De eicelpunctie wordt precies 36 uur na de Ovitrelle injectie gepland, zodat de eisprong dan nog net niet heeft plaatsgevonden. Zo gauw de eicelpunctie gepland kan worden hoort u van de IVF-arts wanneer u de Ovitrelle-injectie moet toedienen. Het is van groot belang dat u de instructies die u krijgt van de IVF-arts met betrekking tot de dag en het tijdstip waarop u Ovitrelle moet spuiten heel precies opvolgt. Als dit niet gebeurt, zou het kunnen gebeuren dat u toch een eisprong krijgt voordat de punctie heeft plaatsgevonden.

    Bijwerkingen: Ook Ovitrelle kent weinig bijwerkingen. Lokale reacties (pijn, zwelling, roodheid) op de plaats van injectie komen soms voor.

  • Utrogestan bevat het hormoon progesteron. Progesteron is nodig om het baarmoederslijmvlies na de eicelpunctie te ondersteunen en geschikt te maken voor de innesteling van een embryo. Utrogestan heeft de vorm van capsules, die vaginaal moeten worden ingebracht. Op de bijsluiter van dit middel staat dat het ook oraal kan worden gebruikt, echter uit onderzoek is gebleken dat de opname van dit middel in het bloed beter is wanneer het vaginaal gebruikt wordt. U begint met het opsteken van de Utrogestan capsules op de avond van de dag waarop u de eicelpunctie hebt ondergaan (dus pas beginnen ná de punctie). U gebruikt Utrogestan tot aan de dag van de zwangerschapstest. Is de zwangerschapstest positief, dan mag u doorgaan met de Utrogestan capsules tot aan de zwangerschapsecho.

    Bijwerkingen: mogelijke bijwerkingen zijn misselijkheid en braken, gewichtsverandering, hoofdpijn, jeuk, huiduitslag, pijnlijke borsten, depressieve stemming. Slaperigheid en duizeligheid kunnen 1-4 uur na inname optreden.

Praktische zaken

  • Wanneer je een regelmatige cyclus hebt, geen seksuologische problemen ervaart en geen bijzondere operaties of ontstekingen in je buik hebt gehad, ga je eerst je spontane kansen benutten. Maak je je toch zorgen of herken je je niet in een van de bovengenoemde omstandigheden, dan kan de huisarts beslissen om je naar het Centrum voor Voortplantingsgeneeskunde te verwijzen. 

  • Meestal wordt een vruchtbaarheidsbehandeling vergoed. Voor de vrouw wordt altijd het eigen risico aangesproken na een bezoek aan ons, dit geldt eveneens voor een mannelijke partner. Wilt u hier echter meer over weten, klik dan op Rekening / Declaratie / Subsidie KID | Vrouw Moeder en Kind Centrum.

  • Wanneer je je voorkeur voor een vrouwelijke arts tijdig aangeeft, lukt het vaak wel om dat te regelen. Echter, soms is er alleen een mannelijke arts aanwezig. Ook in het laboratorium werken meerdere mannen en zij nemen deel aan de zorg die wij verlenen. Wij kunnen dus niet garanderen dat je nooit een mannelijke zorgverlener treft.

  • We zien dat patiënten steeds vaker kind(eren) meenemen naar hun afspraak op het Centrum voor Voortplantingsgeneeskunde. We horen van andere patiënten terug dat zij zich hier ongemakkelijk bij voelen. De aanwezigheid van kinderen geeft vaak onrust in de wachtruimte en tijdens de afspraak. Daardoor hebben we minder aandacht voor elkaar in de spreekkamer. We vragen je om opvang te regelen voor je kind(eren) als je een afspraak bij ons hebt, dit kan eventueel zelfs in het ziekenhuis zijn (https://www.mumc.nl/speelopvang). Zo kunnen we ervoor zorgen dat je alle aandacht krijgt die je verdient!

  • Een werknemer heeft wettelijk recht op betaald kortdurend verzuim bij vruchtbaarheidsbehandelingen. Dit valt onder de noemer kort-verzuimverlof bij spoedeisend, onvoorzien of redelijkerwijs niet buiten werktijd te plannen arts- of ziekenhuisbezoek. Voor alle situaties waarin recht bestaat op calamiteiten- en kort verzuimverlof geldt dat het verlof wordt verleend voor een korte, naar billijkheid te berekenen tijd. Hiermee wordt bedoeld dat de werknemer voldoende tijd krijgt voor het bezoek aan een arts of ziekenhuis, maar niet langer verzuimt dan daarvoor nodig is. Meer informatie hierover is te vinden op de website van patiëntenvereniging Freya.

Sluit de enquête
Geef uw mening over de website, of vertel ons hoe wij onze website kunnen verbeteren.
De volgende links voor privacy en servicevoorwaarden behoren tot de reCAPTCHA-plugin van Google.