Vruchtbaarheidsonderzoeken
Voor een vruchtbaarheidsonderzoek heeft u een verwijzing van uw huisarts nodig. U ontvangt van ons een uitnodiging voor een intake voor het Oriënterend Fertiliteitsonderzoek (OFO). Het OFO bestaat uit verschillende onderzoeken om te achterhalen waarom u niet spontaan zwanger wordt. Voorafgaand aan de intake vullen u en uw partner thuis vragenlijsten in die u naar ons terugstuurt. Aan de hand van deze vragenlijsten bereidt de arts de intake voor. Het OFO bestaat uit het intakegesprek, vruchtbaarheidsonderzoeken bij u en uw partner en het uitslaggesprek.
-
De intake duurt ongeveer 45 minuten en bestaat uit een gesprek met de arts, een inwendig onderzoek en een inwendige echo. Meestal maakt de arts ook een uitstrijkje. Doel van deze onderzoeken is te beoordelen of er afwijkingen zijn aan de baarmoeder of eierstokken. Soms is nader onderzoek nodig om een definitieve diagnose te stellen over de vruchtbaarheid van de vrouw en/of de man. Dit bespreekt de arts met u tijdens het intakegesprek. De uitslagen van deze vervolgonderzoeken krijgt u circa drie weken later. Als uw menstruatiecyclus onregelmatig of langdurig is, kan de arts u verwijzen naar het spreekuur voor cyclusstoornissen.
-
Er zijn verschillende oorzaken van verminderde vruchtbaarheid bij de man, zoals niet goed ingedaalde zaadballen, (gedeeltelijke) afwezigheid van zaadleiders, een vroegere ontsteking van een of beide zaad- of bijballen, chemotherapie of bestraling, een spataderkluwen (varicocele) in de balzak, antistoffen tegen het eigen sperma of erfelijke factoren.
Om te onderzoeken of de man verminderd vruchtbaar is, neemt de arts eerst een medische vragenlijst met u door en bespreekt uw voorgeschiedenis, aandoeningen en medicatie. Daarnaast levert de man zaad in dat de analisten in het laboratorium onderzoeken op de hoeveelheid zaadcellen in het sperma, de beweeglijkheid en de vorm van de zaadcellen. Zo nodig vindt een lichamelijk onderzoek plaats of eventuele verdere onderzoeken. De uitslag van het zaadonderzoek krijgt u tijdens het uitslaggesprek, circa drie weken later.
In de patiëntenfolders vindt u meer informatie over: -
Verminderde vruchtbaarheid bij de vrouw kan verschillende oorzaken hebben zoals een onregelmatige menstruele cyclus, afgesloten eileider(s), verklevingen in de buik, afwijkend kwaliteit van het slijm in de baarmoederhals en afwijkingen van de baarmoeder of eierstokken.
Het vruchtbaarheidsonderzoek bij de vrouw bestaat uit verschillende onderdelen. De arts vraagt u bloed te prikken om te achterhalen of u vroeger Chlamydia heeft gehad. Deze infectie kan namelijk leiden tot verklevingen en vergroeiingen die een spontane zwangerschap in de weg staan. Afhankelijk van uw situatie kan de arts ook ander bloedonderzoek aanvragen.
Baarmoederfoto (HSG, hysterosalpingogram)
Als blijkt dat u Chlamydia heeft gehad of wanneer er ander risico bestaat op een of twee afgesloten eileiders, kan de arts een baarmoederfoto (HSG) laten maken. Dit onderzoek moet plaatsvinden na het einde van de menstruatie, maar voor de eisprong. Het vindt plaats op de röntgenafdeling en duurt een half uur. -
De onderzoeken nemen ongeveer drie weken in beslag. U komt hierna terug bij de arts voor het bespreken van de uitslagen. Bij 8-28% van de paren waar na een jaar sprake is van ongewenste kinderloosheid, wordt bij de onderzoeken geen (duidelijke) oorzaak gevonden. Als u een goede kans maakt op een spontane zwangerschap of als een behandeltraject de kans op zwanger worden niet groter maakt, kunt u in overleg met uw arts besluiten om nog even af te wachten met een behandeltraject.
Wanneer duidelijk is dat de kans op een spontane zwangerschap verminderd is, kan een behandeltraject starten. De keuze van de behandeling is afhankelijk van de oorzaak van de verminderde vruchtbaarheid en andere factoren zoals leeftijd en de duur van de ongewenste kinderloosheid.